Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
2!)
onze lioofdrivieren 4 ;ï 5 M. en op het benedengedeelte 2 ;ï
2,5 boven M. Iv.; de laagste 2 a 2,5 M. op de boven-
eii 1 ü 1,5 M. op de benedenrivieren beneden M. K.
Ue Uijn, die bij Keichenan een gemiddelden stand heeft van
58(5 A r. en van + 24tj A. P. te Ikzel, treedt te Lobit ons
land binnen met een stand bij M. K. van + 11,5 A. P. Hij ver-
deelt zieh tegenwoordig bij Pannerden in de beide takken de
Waal en den 11 ij n — gedeeltelijk Pannerdensch Kanaal, gelijk
wij zien zullen; even boven Westervoort splitst de laatste zich
weer in tweeën : den Rijn (N ede r-R ij n) en den IJ s e 1 (Geld.
IJ s e 1). Bij deze verdeelingen ontvangt de Waal "/i, , de Rijn
- en de IJsel '/„ van het water van den onverdeelden Rijn»
nl. lij M. li. Bij hoogere standen krijgt de Rijn betr. minder, de
IJsel meer dan het genoemde aandeel.
Om den afvoer van eene rivier op zeker punt te bepalen ,
b. v. in M®., meet men het dwarsprofiel, d i de
doorsnede van het water loodrecht op de stroomrichiing in
M'^. en vermenigvuldigt dit met de snelheid in M'., d. i. een
middelbare snelheid van de waterdeeltjes in het profiel —
want door de wrijving aan de lucht en de wanden van het
rivierbed is die natuurlijk niet overal dezelfde. Dus afvoer
«ifVocr
dwarsprofiel X snelheid. Hieruit vol snelheid = '
dwarspr.
Hoe nauwer en ondieper dus het rivierbed, des te grooter de
snelheid ; bij vernauwingen in kleinere wateren , bv. bij brug-
openingen, enz. is dit gemakkelijk op het oog waar te nemen.
De middelste Rijntak of de Neder>Rijn verwisselt bij Wijk-
bij-Duurstede zijn naam met dien van L e k. Deze verandert bij
Krimpen zijnen naam in dien van Nieuwe Maas, welken
naam hij behoudt tot Rozenburg; t. N. van dit eiland om vloeit
hij als Scheur en eindelijk langs den Nieuwe n Waterweg
in zee. T. Z. van Rozenburg gaat een klein gedeelte van, het
water als Botlek naar de B r i e 1 s c h e Nieuwe a a s.
Met dezen middelsten Rijntak staan nog in verbinding: de
Noord, die de zoogenaamde Dordsche Waterwegen met de Lek
Nieuwe Maas verbindt en de Hol land sche IJsel, nl. tot aan
den dam bij Gouda, waarmede het bovengedeelte van het open
benedendeel is afgesloten.
De IJscl stroomt met vele bochten N.waarts om ten slotte haar