Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK Hl.
De Hoofdrivieren.
Twee groote rivieren — li o o f'd r i v i e r e n — stroomen uit
liet buitenland Nederland binnen en storten er hare wateren in
zee : de 11 ij n en M aas.
De Rijn ontstaat in Zwitserland uit de samenvloeiing van den
V o or-R ij n en den A c h t e r-R ij n , die beide 's zomers hun
water ontvangen van de afsmeltende benedeneinden der gletschers.
Lobit, waar zij ons land binnenkomt, heeft de machtige rivier
een stroomgebied van 22 millioen H. A., dat zich in het Z.
tot Italië, in het O. tot de grenzen van Bolieme (door de Main;
uitstrekt. Bij middelbaren rivierstand heeft de Rijn aldaar een
afvoer per seconde (ook wel vermogen of capaciteit
geheeten) van ruim 2300 M^; — bij zeer hooge standen kan die
afvoer wel 10 a 12000 M^ per seconde bedragen.
Door Middelbare Rivier (^1. R.) verstaat men den
gemiddelden stand eener rivier over de 6 zomermaanden^ nl.
April—October, genomen over het laatste volle lOtal jaren
(dus nu over 1880—1890). — Zijn op een punt aan- en afvoer
gelijk , dan heeft men aldaar staande rivier; overtreft
de eerste de laatste, dan wast de rivier; is het omgekeerde
het geval, dan valt zij. — De rivierstanden worden waar-
genomen t. opz. v. A. P. aan peilschalen op veel
punten langs de rivier geplaatst.
De hoogste standen bedragen op het bovengedeelte vaii.