Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
heeft geen zeevaart meer, maar van de bewonners varen nog
velen ter zee, op loodsvaartnigen, enz. Visscherij op de stroomen.
Asyl voor zeelieden , vrijheidsnimf
Ook te Brouwershaven, dat een veilige reede heeft, vallen
nog een paar dozijn schepen "s jaars binnen bestemd voor Ilol-
landsche plaatsen, liet leeft overigens van visscherij op de stroomen
en van landbouw.
Aan de Wester-Schelde vinden wij nog: Vlissingen (1803J),
ook bij langdurige strenge winters altijd te bereiken en met groote
nieuwe havenwerken, goederenloodsen , enz. , maar er is nog zeer
weinig eigen handel. Vlissingen ligt aan de zeer korte verbinding-
van Duitschland met Londen door de spoorwegen van via Wesel
en Venloo in aansluiting met de dag- en nachtbooten der Maatschü.
„Zeeland" van Vlissingen naar Queensborough. Booten van de
Castle-lme op de Kaap. Holl. en Belgische loodsen ^voor Antwerpen)
en visscherij op de stroomen. De groote scheeps- en macliinefabriek
de Schelde verschaft aan velen brood. Badhuis op het duin bij de
stad. Standbeeld van de Ruijter. Stoomtram naar .Middelburg.
Voorts: Terneuzen, dat ook eene zeeplaats is als voorhaven
van Gent. In 1889 kwamen hier 13öO zeeschepen binnen, die
deels met ongebroken lading naar Gent voeren langs het K a n a a I
van Terneuzen, deels aan het spoorwegstation laadden of
losten. Er heerscht door een en ander veel bedrijvigheid.
Onze tweede zeehaven is Amsterdam. Toen de vaart over de
ondiepe Zuiderzee voor zeeschepen onmogelijk werd, werd het
Groot N 0 0 r d-II o 11. Kanaal naar het Nieuwe Diep aange-
legd (1824). Maar ook dit werd voor onzen tijd geheel onvoldoende
en daarom werd het N o o r d z e e k a n a a I aangelegd , door
afsluiting van het IJ bij Schellingwoude, uitbaggering van een
diepe geul naar Velzen en doorsnijding van de duinen alhier tot
in de Noordzee, alwaar de hoofden en havendammen (Zie Noord-
Holl, , bld 14) de vaargeul tot in het diep der zee brengen en
onderhouden. Aan den mond bij de Noordzee is het door groote
sluizen voor de scheepvaart en afwatering afgesloten. Bij dat punt
ontstond als een soort van voorhaven IJ m u i d e n (spoorweg naar
Velzen). In den afsluitdam bij Schellingwoude zijn ook sluizen
voor de Zuiderzee-scheepvaart en de afwatering. Verscheidene zij-
takken naar Zaandam , Spaarndam , enz. dienen voor scheepvaart
cn afwatering.