Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
vonders, d. i. zij nemen de aan liet strand aangespoelde goe-
deren onder hun beheer en doen deze, als zij na zekeren tijd
niet worden opgeëischt, door den eigenaar verkoopen. Ook de
berging van goederen uit gestrande schepen behoort voor een
deel der bevolking van sommige kustplaatsen tot de middelen van
bestaan.
Toch Hg! ons land zeer gunstig voor den handel. Want achter
zich heeft het een dicht bevolkt deel van Jlidden-Europa, dat
geheel van de zee afgesloten is en toch veel grondstoffen en nij-
verheidsprodiicten heeft uit te voeren , terwijl het veel van over
zee noodig heeft. En tegenover Nederland ligt Engeland, de
grootste handelsmogendheid der wereld.
Onmiddelijk aan onze kust konden dus geen handelsplaatsen
mot overzcesch(! scheepvaart (zeehaven s) ontstaan.
/ onr de zeegaten kunnen zeeschepen echter ons land bereiken.
Onze zeehavens liggen dus meer binnenwaarts, binnen de zee-
gaten aan de groote rivieren , zeeboezems, enz.
Langs de geheele kust vindt men vuurtorens om den zee-
varenden bij nacht aan te wijzen waar zij zich bevinden; op
enkele plaatsen liggen daartoe lichtschepen.
De zeegaten en zeeboezems zijn voorts betond en be'mkend, d. i.
aan den bodem verankerde tonnen, van afstand tot afstand
geplaatst, geven de diepste geulen aan, terwijl langs de bij eb
droogvallende gronden , enz bakens zijn geplaatst.
Bovendien bezit het llijk een behoorlijk ingericht 1 o o d s w e-
zen. L o o d s v a a r t u i g e u kruisen vóór de zeegaten en in
het Kanaal om aan schepen die zulks verlangen loodsen af
te geven, d. z. zeelieden volkomen met de vaarwaters bekend
en die dan het schip dat hun hulp inriep ter bestemder plaatse
brengen.
Onze grootste zeehaven is Rotterdam. Nadat de Nieuwe
Jlaas langs l?rielle voor de zeevaart te ondiep was geworden, werd
om Rotterdam te bereiken het K anaal door V o o r n e ge-
graven , maar ook dit was reeds in 't midden dezer eeuw onvol-
doende geworden. Daarom werd in en na 18G(> de Nieuwe
AVaterweg aangelegd, eene open verbinding van de Nieuwe
Maas met de zee, gegraven en gebaggerd door den Hoek van
Holland. Schepen van ruim 8 M. diepgang kunnen daardoor thans
bij vloed voor Rotterdam komen. Om de vereischte diepte in zee
2'