Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
liet zoogenaiunde Val van U r k t. W. van dit eiland (ruim 5 M.);
de ondiepste deelen zijn het Hard e/"^} k e r z a n d, het
M u i d e r z a n d en het E n k li u i z e r /a nd. (Zie de IIoogte-
kaaut , ülu 2).
In het noordelijk gedeelte lagen echter borapj'. vastere zand- en
kleigronden en deze kunnen niet in wetaige jaren verdwijnen;
slechts kunnen zij langs de kanten, en m hun^bovenvl
zamerhand afschuren en met geulen min of
den; — vooral als er veel beweging in het ^rater is, kunnen de
lichte kleideeltjes niet blijven liggen. Uie gronden liggen er dan
ook grootendeels nog, slechts weinig onder den ebbestand en voor
een groot gedeelte er zelfs boven gelegen, dus bij eb droogvallend;
deze laatste heeten waard- of wadg ronden. (Zie de IIoog-
tekaakt , bli) 2).
Door de \Vadden hangen de Noordzee-eilanden met de binnen-
dijksche gronden van Friesland en Groningen samen. Die eilanden
bestaan dus uit de overblijfselen van de oude duinenrij , de aan
de binnenzijde daaraan grenzende diluviale zand- en grintgronden
van Texel en eenige zand- en andere alluviale gronden (klei en
veen) van dit eiland, van Terschelling, Ameland en Schiermonikoog.
Noordelijke zeegaten en Zuiderzee.
Belangrijk is in het N. O. het zeegat van de Wester-Eems,
breed en diep, begrensd door wadgronden en de Groningsche kust
en toegang gevend tot de haven van Delfzijl en de Duitsche Eems-
havens. (Guoxinoen , bi.d ló). Het Friesche Gat, tusschen
Schiermonnikoog en de Engelraansplaat, voert naar het nu bij Zout-
kamp afgesloten Uietdiep, maar is zeer moeilijk bevaarbaar (Fries-
land , dli) liij.
Tot de Zuiderzee geven twee diepe gaten toegang: 1" Het Vlie
tusschen Vlieland en Terschelling, zeer diep, de mond van den
ouden Vliestroom (bl. 16), die nog grootendeels als een diepe geul
aanwezig is eu door ondiepere zijtakken in verbinding slaat met
de lleede van West-Terschelling en met de handelsplaats H:\rlingen;
2" de zeegaten van den Helde r (zie Nookd-IIoll ,
lii.i) 10 eu de llooGTEKAAUT , BLI) 2); hierbij liggen de beruchte
banken de N o o r d e r h a a k s , de Onrust en de K a z e n d e
liül. De voornaamste toegangen worden gevormd door Ip't West-
g a t met de 15 r e e w ij d en door het S c h u 1 j) e g a t (langs de
N.-Holl. Westkust). Zij leiden tot het diepe water vóór den llel-
l'iEEKMAX, Xederland III. 2