Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
ondiepe gedeelten, waarvan er zelfs liier en daar bij eb droogvallen
en dan de zoogenaamde p late n of h o m p e 1 s vormen. (Zie
ZkELA.nI), liLD 11, DE KAART kn DE ONDERSTE DOORSNEDE). Daar-
tnssclien liggen geulen van verschillende en soms zeer groote
diepte; in de Wester-Sehelde zijn de grootste diepten 30 tot 40 M.;
in de Ooster-.Schelde is zelfs een punt t. Z. van de Haven vau
Zierikzee, waar men GO diepte peilt!
Kon men zoo'n zeeboezem eens droogmaken en wandelden wij
dan op den bodem , dan zouden wij ons bewegen in een zandig,
dor en heuvelachtig landschap, veel gelijkend op dat der Veluwe,
doch zonder plantengroei natuurlijk De groote geulen zijn de
dalen, terwijl de heuvels mét groote plateau's — d. z. de zand-
platen — zich tot 40 a 50 M. hoogte zouden verheffen.
Bedenkt men nu dat de geulen tot ^5500 M. breed zijn cn
er soms 2 of 3 over de breedte van den zeeboezem voorkomen,
dan kan men nagaan welk eene ontzaglijke massa zeewater bij
eb en vloed daardoor heen en weer stroomt lu geheel Zeeland is
het water dus zout, is althans met weinig zoet water vermengd;
op het Hollandsch Diep wordt het eerst zoet door het rivierwater
dat Nieuwe Merwede , Dordsclie Kil, enz. afvoeren.
Uit deze eigenschappen volgt: de Wester-Scheidej de Ooster-Sckeldey
Greveliugen ^ enz. zij-i geen rivieren; er is hier geen sprcdce vin een
regelmatigen afvoer naar ééne zijde^ van stroomsnelheid^ (nz.; het zijn
deelen der zee, diep landioaarts indringende zeeboezems dus.
Daar de zeebodem van het strand tiauw zeewaarts helt, zoo is
de zee bij de kust dus zeer ondiep. Door dat ondiepe gedeelte
loopen diepere geulen die de zee met de diepe zeeboezems ver-
binden. Die geulen noemt men zeegaten , zij zijn door vele
banken en platen van elkaar gescheiden.
Berucht, omdat reeds zoo menig scliip daarop verongelukte,
zijn vooral de banken, de Banjaard t. W. van Schouwen, de
Ooster vóór (Joeree , de 11 inde r en de M a a s v 1 a k t e
vóór Voorne.
De hoofdtoegangen zijn: tot de Wester-Schelde de Wielingen
langs de zuidzijde — de l^eurloo is thans minder geschikt; tot
de Ooster Schelde de Roompot en het \V e s t g a l; door het
B r o u w e r s h a v e n s c h e G a t komt men op de R e e d e v.
B r O u w e r s h a v e n en dan in (Ie Grevelingen , Krammer , Vol-
kerak , enz. Van de Ooster-Schelde naar de Krammer voert het