Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
Walcheren, waar (waarscliijnlijiv in 1-130) het overgebleven diiiiï
over 380:> M. tot eenen zeer ilauw naar de zee hellenden dijk i^
afgevlakt, lioog 5 M. boven 11 AV. aan de buitenzijde met stee-
nen bezet, den W e s t k a p c 1 s c li e n Z e e d ij k ; 2'*. tusschen
den Kamperduin en Petten iii Xoord-llolland; deze opening is
gesloten door de II o n d s b o s s c h e Z e e w e r i n g , lang 455^)
.M. en de daaraan sluitende P e 11 e m e r Z e e w e r i n g , lang
550 ; vóór deze zware dijken liggen een aantal hoofden.
liet spreeJct vanz''!/j dat bij de monden van de groote rivieren en
zeeboezems de duinen aansluiten aan stevige dijken^ die ter weerszijden
langs die wateren zijn aangelegd — anders immers zou de zee toch
kunnen binnendringen-
Openingen in de duinenrij. Vroeger, nog in den Romein-
schen tijd, was de duinenrij van Vlaanderen tot do Eems veel
minder gebroken dan thans. Groote openingen werden alleen ge-
vormd door don mond der Schehle inu Ooster-Sclielde), van de
>[aas (tevens die van den zuidelijken Rijnarm of AVaal) , van den
Flevus, ter plaatse van het tegenwoordige Vlie tusschen Vlieland
en Terschelling en den mond der Eems. De Rijnmond bij Katwijk
was waarscliijnlijk niet zeer.breed. De monden van de lïonte (nu
Wester-Sehelde), (irevelingen en Haringvliet waren evenals die
van de Louwers in het noorden van minder beteekeuis, omdat
deze wateren toen nog op zich zelfstaande kuststroompjes waren,
^laar later werd het anders.
De zoogenaamde ,,Zuid-Hoiiandsche en Zeeuw*
sche stroomen" en de zuidelijke zeegaten.
De openingen in de duinenrij t. Z. van den Maasmond werden
door de werking van eb en vloed al wijder en wijder en toen de
llonte , Grevelingen en Haringvliet in verbinding kwamen met de
groote rivieren, schuurden ook zij in breedte en diepte al meer en
meer uit en groeiden aan tot groote zeeboezems, waarin het zoute
water doordrong tot aan den Brabantschen en llollandschen oever^
tot Bergen op Zoom , Zevenbergen en Strijen.
Op die wijze ontstonden de zeeboezems, die wij daar tlians
nog vinden , te weten de Wester-Sehelde, de O o s t e r-
Schelde, de G r e v e 1 i n g e n • K r a m m e r - V o 1 k e r a k en
het Haringvliet.
Deze zeeboezems moet men zich niet voorstellen als eene enkele
geul^ gevuld met water dat zeewaarts stroomt. Zij hebben nl. vele