Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
\':iu Lüoscliiiuen tot Zandpoort t. N. v. Haarlem vindt men hier
en daar nog één of twee rijen b i n n e n d u i n e n , gewoonlijl;
aan één niteinde met de buitenste rij samenhangend en van deze
en onderling door duindalen geseheiden. (Zie Zcin Holland ,
ULI). 9.)
Deze duin(?a/ejz niet te verwarren met de d u i n p a n n e n of
duinvalleien, min of meer vlak uitgewaaide gedeelten in de
duinenrij zelve , op versehillende hoogten gelegen.
Het strand is ook van zeer verschillende breedte : op sommig<'
plaatsen is nagenoeg geen strand , elders op het vasteland is het
50( I M. breed , op de eilanden nog breeder.
De lijn op het strand tot welke het zeewater afloopt bij gewone
eb heet 1 a a g w a t e r 1 ij n , die tot welke liet bij gewonen vloed
oploopt h O O g \\ a t e r 1 ij n. lüj liooge vloeden l ijst liet water
echter tot tegen de duinen en deze dfien dan dus dienst als
z e e w e r i n g.
De duinen als zeewering. Bedenkt men dat stormvloeden
aan de westkust tot 3,5 M. boven AP kunnen oploopen , terwijl
het land achter de duinen in Holland tot L ä 2 M. beneden dat
vlak en groote gedeelten nog 3 ä 4 M. lager liggen , dan blijkt
het hooge gewicht der duinen als waleikeering tegen de zee.
Om liet verstuiven der duinen tegen te gaan, wordt waar het
noodig is helm aangeplant, worden konijnen verjaagd, ^^nz..
Om het strand zelf te behouden en ook om den afslag van het
duin te verminderen, zijn hier en daar op het strand strand-
hoofden aangelegd, vau steen en rijshout gemaakt.
Zoo liggen even t. N. van den Hoek v. Holland tot ruim een
half uur t. Z. van Scheveningen , waar de duinrij zeer smal is ,
een groot aantal zware hoofden, in zee uitstekeiul, de Delf
landsche Hoofden. Tot meer zekerheid ligt achter het
smalste gedeelte de zoogenaamde „Slaperdijk"; — een slaper
dijk is een dijk achter eene andere waterkeering en die dus
„slaapt", zoolang hij niet door doorbraak van deze laatste tot een
„wakenden'* dijk wordt.
Achter de smalle duinen op de X. kust van doeree en a<diter
de verbrokkelde stukjes duin in Zeeuwsch-VIaandei'en liggen ook
doorloopende dijken.
Op een paar plaatsen zijn de duinen geheel verdwenen , endoor
een kunstmatige zeewering vervangen : 1". bij Westkapelle o[>