Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
V2
zooals wij die thans o. a. vinden in de Oostzee aan de monden
van Oder, Weieiisel en Niemen. Het Nederhinds(die Half bevatte
dus zeker evenals deze oorspr. slechts zoet water, dat brak werd
dicht bij de weinige openingen in de Nehrnng. De grens van het
Haft' werd aan de binnenzijde gevormd door het zand en grint
v;in het diluvinm; het was zeer (»ndiep, in een gedeelte bezonken
de slibstorten (klei) door de rivieren aangevoerd. Een sterke plan-
tengroei ontstond later in liet zoete en brakke water van den
ondiepen plas , welks bodem zakte door een algemeene daling van
dit deel der aardkorst, en vulde in den loop der tijden het ge
lieele haft' op met eene laag veen , van Vlaanderen tot in Fries-
land zich nitstrekkend.
De duinen strekten zich vroeger meer zeewaarts nit dan tegen-
woordig, hetgeen blijkt nit de overblijfselen van Romeinsche ge-
bouwen bij Domburg en bij den ouden Rijnmond bij Katwijk
i^lïrittenburg], nu een eind in zee gelegen. Ook in onzen tijd nemrn
het strand en de dninen in 't algemeen nog aan de buitenzijden
af, maar minder dan weleer, omdat men nn zorgvuldig maatre-
gelen neemt om het afnemen en verstuiven te beletten.
Door dit verstuiven zijn de dninen ook aan de binnenzijde hier
en daar een weinig landwaarts overgekomen en ligt op vele
plaatsen zand op het veen.
Langs onze geheele kust vindt men duinen : in Zeeuwseh—Vlaan-
deren lot bij Hreskens doch zeer verbrokkeld , d. i. niet doorloo-
pend , laag en smal, aan de zeezijde der Zeenwsche en Zuid-
Holl. eilanden, langs het vasteland van Holland en aan de zee-
zijden der Noordzee eilanden van den Helder tot den mond der
Eems.
Op twee plaatsen zijn de dninen geheel verdwenen, nl. bij
Weslkapelle op Walcheren en bij Petten in Noord Holland, v^iar
zij door dijken zijn vervangen , zooals wij zien zullen.
De breedte der duinen is zeer ongelijk: het grootst
bij Haarlem , nl. ruim één uur gaans , het geringst bij Terheide
in Zuid Holland , waar zij slechts eenige weinige meters bedraagt.
(Zie Züid-Holl. en Noord-Holl. , bldx 9 en 10).
De hoogte is ook zeer uiteanloopend: gemiddeld 7 tot 20
de hoogste toppen zijn de Blauwe Trappen bij Haarlem (60
de Kamperduin (bij Kamp in Noord=Holland) en Kijkduin bij den
Helder.