Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
Noonl-Hollaiid 1G565 bewoners per vierk. (ieogr. mijl.
Zeeland 6305 „ „ „ „ ,,
Utrecht 8750 „ ^ „ „ ,
Friesland 5655 „
Overijsel 4885 „ , „ „
Groningen 6675 , „ „ „ ,,
Drente 2740 „ n ,,
Limburg 6555 „ „ „ „ „
Het gehe •■ie Rijk 7610 „ n -i i n
De betr. groote bevolkingsdichtheid van Limburg is te danken
aan het zuidelijke gedeelte met zijne vruchtbare klei (Löss).
Er zijn zeker nog ineer kenmerkende punten van verschil tus-
schen de beide groote deelen te noemen, vooral die welke het
gevolg zijn van de bijzonder lage ligging van het alluviale gedeelte;
wij zullen die echter later leeren kennen, als wij eerst die ligging
meer in bijzonderheden hebben nagegaan. —
Uit bovenstaande opmerkingen volgt, dat in alle opzichten het
alluvium de eigenlijke kern van Nederland Ls. Denkt
men aan Nederlandsche eigenaardigheden, zoowel op geschied- als
aardrijkskundig gebied , dan betreffen deze meestal zaken , die op
het alluvium betrekking hebben of hiervan zijn uitgegaan. In de
laatste tijden gaat echter het diluvium meer dan vroeger vooruit.—
De gronden, die ouder zijn dan het diluvium einde-
lijk , komen in Gelderland en Overijsel in zulke kleine uitgestrekt-
heden aan de oppervlakte, dat zij daar noch op het algemeen
voorkomen van het landschap , noch op de bevolking invloed uit-
oefenen. Alleen het Zuiden van Limburg met zijne hier en daar
aan den dag komende rostgronden en met zijn landbouw op de
diluviale klei, die er de heuvels bedekt, draagt een eigenaardig
karakter, dat het van het overige van Nederland sterk onderscheidt.