Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
ti
De oppervlakte bosch bedroeg in 1887 vau de geheele opper-
vlakte des lands slechts G.^ %. Terwijl echter in Groningen nog
niet 0,4 %, in Zeeland nog niet 1,1 % van den bodem met bosch
bezet is, bezitten Gelderland en Utrecht samen 3 en X.-Brab. en
Limburg samen ook 'r van alle hout v;,n Nederland.
Ginds in 't Oosten en Zuiden ligt de grond nog voor een groot
gedeelte ivoest, en is dan bedekt met heide —zoowel een gedeelte
van het hoogveen als het zand — of ligt bloot als het geheel
onvruchtbare zand der z a n d s t u i v i n g e n Dit zijn soms zeer
groote oppervlakten zand, waarop het dunne laagje zwarte aarde,
hetwelk de groei der lieideplant elders er op gelegd heeft, geheel
ontbreekt; zij kunnen door eene geringe oorzaak, een karrespoor,
enz. ontstaan en zijn soms gevaarlijk en schadelijk, daar zij zich
voortdurend uitbreiden als zij niet door den mensch worden
hetevgekl.
Nederland bevat nog (1889) ongeveer 700000 IIA. woeste
gronden, d. i. bijna 22'% van zijne oppervlakte; maar deze
komen grootendeels in de diluviale helft des lands voor, nl. als
lieidegronden , zandstuivingen , hoogveen, enz., iu de noordelijke
CU westelijke helft nagenoeg alleen als duinen en stranden. (Zie
de LANDnoüWKAAKT, isLi) 4j. Dit blijkt ook uit de verdeeling
over de provinciën:
Drente 54 % Groningen 15,5 %,
Overijsel % Friesland 10%
Gelderland 24 % Noord-Holland 11 %
Utrecht 9 7o Zuid-llolland 4,2 %
Noord Brabant 28 % Zeeland ö,5 %
IJmburg 22%
Het overige zand is in de bovenste laag door eeuwenlange
bemesting, gedeeltelijk met plaggen, en door de overblijfselen
van het gewas „zwart" gemaakt; doch alleen ten koste van veel
mest levert deze weinig vruchtbare grondsoort slechts rogge,
boekweit en aardappelen.
Maar in 't Westen en Noorden behalve de duinen geen plekje
<lat niet gebruikt is. Ilier op het laagveen (dat voor bouwgrond
ongeschikt is) en op een deel der klei, de onafzienbare weiden
met het beroemde Hollandsche en Friesche \ee en op de overige