Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
vrij sterk van deze beiden af: hij is niet zoo groot als de Fries,
heeft een eenigszins donkere huidskleur en dikwijls donker hoofd-
haar, meestal sluik hangend, terwijl de oogen donker, zacht en
dof zijn.
Uit de verschillende dialecten heeft zich dat van het overmach-
tige eu oorspr. het meest beschaafde Holland tot de algemeene
Ned. schrijf- en spreektaal ontwikkeld, een tak dus van het
Xederduitsch, dat langs de kust tot in Sleeswijk gesproken wordt,
doch buitenslands geen schrijft.aal is behalve in Vlaanderen De
oorspr. Fi iesche taal, zeer afwijkend van ons tegenwoordig Hol-
landsch , is latig ongeschonden als spreek- en tot in de 16e eeuw
ook als schrijftaal bewaard; zij wordt in het tegenwoordige Fries-
land nog op het platteland gesproken, doch wijkt voor het school-
onderwijs, enz. In Groningen is zij in 't begin der I6e eeuw reeds
voor het dialect der binnengedrongen Saksers geweken ; in West-
Friesland ook in de 16e eeuw.
De /•'/ ies is eenvoudig van zeden, arbeidzaam eu heeft een
goede mate van gezond verstand; hij is wat stug , weinig spraak-
zaam eu uiterlijk onverschillig, doch vaak heftig in handelen en
woorden. Hij heeft veel aanleg voor de positieve wetenschappen,
minder voor kunst. Bij voorkeur oefent hij veeteelt nit, scheep-
vaart en visscherij , minder den landbouw; voor fabrieksarbeid
heeft hij weinig neiging en geschiktheid. Hoewel zeer gehecht
aan zijn land en nationale eigenaardigheden, zoekt hij vooruit te
streven door aanneming van het nieuwe.
De Sakser is minder goed van bevatting en wat kortaf in het
spreken, wellicht een gevolg van de aangeboren eigenschap van
zich moeilijk te kunnen uitdrukken. Hij is goedhartig en gul van
aard. Iu den landbouw zocht hij steeds zijn hoofdbedrijf en even-
eens in de nijverheid : de Twentsche industrie is gegrond op de
nijverheid in de Saksische boerenwoning. De Saksers doen niet
aan scheepvaart eu visscherij en drijven weinig handel.
De Franken zijn wat warmer van natuur dan de Friezen en
Saksers, minder terughoudend, gul en gastvrij ; — zij hebben
een afkeer van nieuwigheden, van daar dat zij nagenoeg allen
katholiek zijn.' — Nog andere punten van verschil zijn op te
mei'ken; daarvan noemen wij nog den vorm en de inrichting der
boerenwoning.
De Israëlieten, van den Hamito-Semitischen stam van het