Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
aantal stammen noemen, die eenmaal ons land bewoonden, is
behalve van de Friezen daarvan niets meer te ontdekken. Van de
4" eeuw te beginnen evenwel zijn er in ons land 3 hoofcUlammen
te onderscheiden: de Friezen, de Saksers en de Franken.
De Friezen woonden reeds tijdens de Romeinen langs de
Noordzeekusten , van de Sincfala (het Zwin) tot Jutland , hoewel
zij ook zuidelijker tot in Vlaanderen en Artois waren doorgedron-
gen, waar zij nog duidelijk zijn te onderscheiden. Zij zijn de meest
oorspronkelijke bewoners van ons land. Het gouden oorijzer der
vrouwen is afkomstig van den ijzeren beugel, waarmede de Ger-
maansche vrouwen haar hoofdhaar bijeenhielden
De Saksers drongen van het N. O. ons land binnen , namen
andere kleine volkstammen in zich op en zetten zich hoofdzakelijk
op het diluvium neder, hoewel zij aan de grenzen onder de Frie-
zen doordrongen in Groningen, Z O. Friesland in 't W. tot
in Gooiland en hier en daar nog meer naar 't Westen (Sas-
senheim).
De Franken, een volk dat verschillende stammen omvatte en
aan den Rijn tusschen Keulen en Mainz woonde, kwamen in de
4e eeuw iu beweging en drongen naar het Westen , waar zij iu
ons land langzamerhand het gebied t. Z. van den Rijn bezetten
eu to. iu Zeeland doordrongen. Zij kwamen daardoor met Friezen
en Saksers in botsing, waardoor vooral in de 7<= en eeuw een
hevige strijd ontstond. De invoering van het Christendom onder
de heidensche Friezen en Saksers schonk den Franken onder hen
zeiven steun en de strijd eindigde met de bevestiging van het
overwicht der Franken (Radboud en Wittekindi. Evenwel behiel-
den Saksers en Friezen zekere zelfstandigheid en vooral de laatste
hunne eigen wetten , enz. Wel drongen de Franken tot in het
oude gebied der Friezen nl tot in het tegenwoordige Holland
door, maakten de oorspr. bewoners tot lijfeigenen, terwijl
de Holl. Graven, oorspr. Frankische hoofdambtenaren, Van uit
het eigenlijke Holland (Gr Waard) er hun bestuur vestigden, maar
tusschen de R e k e r e (water tusschen Kennemerland en West-
friesland , later door den Krabbendam afgesloten, zie uoll nook-
DEKKW. ENZ. BLD 5) cn E 1 b c behielden de „Zeven v r ij e
Friesche zeelanden, feitelijk eene groote zelfstandigheid.
De kern daarvan was Friesland tusschen het Vlie en de Lauwers,
drie dier zeelanden omvattend (Westergoo, Oostergoo en Zeven-