Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
lands; liet ligt daar in groote uitgestrektliedcu op liet zand van
het diluvinm.
De grens tusschen de beide groote deelen , welke wij reeds in
't ruwe aangaven , is wel ann de oi)pcrvlaklc vrij scherp nfgetee-
kend , maar toch houden aan die lijn niet beide deelen i)lolseling
op. Het diluvinm toch loopt west- en noordwaarts van die lijn
onder het alhivium voort en vormt eindelijk den bodem der
Noordzee. M. a. w. het alhioinm rust oj) de oudere vorming, vp het
dtliivium\ waar dit laatste oorsi)ronkelijk het hoogst lag, steekt
het nog boven het omringende alluvinm uit, dat de lagere deelen
bedekt , zooals bij Vollenhove , in Gaastei'land , op Urk, Wieringen
en Texel.
Terwijl echter deze stukjes een betr. zeer klein gedeelte van de
westelijke helft innemen, wordt de oostelijke en zuidelijke duliviale
helft voor een groot gedeelte met alluvinm bedekt. Wij zagen
reeds hoe liet hoogveen hier en daar daarop in groote nitgestrokt-
heden rust, nl. in Groningen, Drente, Overijsel , de Graafschap,
Noord-lirabant en Limburg. ^laar dit is ook het geval met de
breede strooken rivierklei, die de Itijn , de Maas en hunne takken
langs hunne oevers op het diluviale zand hebben neergelegd.
Smalle strookjes beekbeziiiking langs kleinere rivieren of ter plaatse
van een voormaligen loop bedekken insgelijks hier en daar den
diluvialen ondergrond.
Een en ander wordt duidelijk door beschouwing der GKOLooismK
kaart , lim) 8.
Als een gevolg van de zeer verschillende hoogteligging en
samenstelling van den bodem merken wij ook een groot verschil in
het uiterlijk der beide groote deelen op ; dat verschil treft ons dade-
lijk , als wij b. v. met den spoorweg nit het Oosten komend het
alhivium bij Naarden of even voorbij station Zeist bereiken . of
naar het Zuiden sporende de eigenaardigheden van de lioogere
helft gewaar worden, zoodra wij aan het station Vucht geko-
men zijn.
Op het diluvitim zien wij veel hcut | in kleine en groote bos-
schen vereenigd , vooral in Utrecht, op de Veluwe , in de (ïraaf-
schap, X,-l!rabant en Limburg: naaldhout, berken, eiken en
benken. De vlakte van het ulluvium is nagenoeg geheel naakt; bosch
vinden wij slechts hier en daar langs den rand , nl. op het zand
van de duinstreek.