Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
De hoofdverbindingen met het buitenland zijn :
Van Amst. en Rott, over Arnhem en Emmerik naar Keulen, enz.
of over Cleve-Crefeld n. Keulen en via Wesel en Osnabrück naar
Bremen , Hamburg en Berlijn.
Van Rott, via Utrecht—Arnh of via Geldermalsen—Arnh —
Salzbergen naar Hannover en Berlijn.
Van Rott, via Breda—Bokstel—Eindhoven naar Venloo en dan
>via Gladbach naar Düsseldorf, Keulen, enz. eu via Oberhausen—
Minden naar Berlijn.
Van Amst. via Utrecht—'s Bosch—Rozendaal naar Antwerpen ^
Brussel en Parijs.
Van Rott, via Rozendaal ra. Antw., Brussel en Pat ijs. Van Amst,
via Utr. —Eindhoven rmar Luik en Luxemburg. Van Rolt. via Ro-
zendaal—]5russel naar Luxemburg, Straatsburg en Bazel.
Onze nijverheid is niet van de beteekenis als die in sommige
andere landen, waar zij het hoofdmiddel van bestaan uitmaakt.
Maar zij is toch, zooals wij zagen, in enkele deelen des lands
belangrijk: in de groote Hollandsche steden aan den spoorweg
Amsterdam —'s Hage—Rotterdam , langs de rivieren van Rotterdam
tot Dordrecht (scheepswerven), in Noord-Brabant en in Twente ;
in het Noorden des lands het minst, daar de Friezen hiervoor
minder geschiktheid hebben.
Visscherij. De b i n n e n 1 a n d s c h e v i s s c h e r ij is vrij
belangrijk; vooral van gewicht is die van zalm en elft op de
groote rivieren en die van paling op de Friesche meren.
De zeevisscherij kan naar haren aard in drie soorten onder-
scheiden worden:
1». De haringvisscherij. Deze „groote visscherij" bloeit
niet meer in die mate als voorheen en wordt door die van Enge-
land en Schotland overtroffen, maar zij is toch nog een belang-
rijke bron van volkswelvaart en is steeds toenemende in schepen
en vangst (3.34 millioen stuks in 1887.)
De geheele haringvloot bestond in 1887 uit 196 loggers (groo-
tere schepen) en sloepen, bijna alle uitgaande van Vlaardingen en
Maassluis en grootendeels behoorende aan reederijen aldaar en te
Scheveningen, benevens uit 268 bomschepen (bl. 23), kleinere
vaartuigen, waarvan de meeste van Scheveningen , de andere van
Katwijk en Noordwijk uitgaan.
Deze visscherij heeft op de Noordzre plaats en duurt van Juni