Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
In 1881) kwiuuen in onze havens 9182 scliepen (waarvan 8517
geladen) en gingen ongeveer evenveel er uit, met een inhoud van
14775000 JP (90 % hiervan voor de stoomschepen.) Daarvan komt
ruim 30 voor de Ned. schepen, in aantal en inhoudsmaat en
ongeveer anderhalfmaal zooveel voor de Eng. schepen.
De Ned. koopvaardijvloot is bemand met ruim 17.000 koppen ,
waarvan 86 % Nederlanders. —
liet verkeer zoowel in het land als met het buitenland heeft
overigens plaats langs spoorwegen, rivieren en kanalen.
Waterwegen blijven naast de spoorwegen noodzakelijk:
goederen nl , die naar hunne waarde betr. groote ruimte innemen
of aanzienlijk gewicht hebben, kunnen wegens de kosten langs
spoorwegen niet vervoerd worden dan in bepaalde gevallen, spoed,
enz. b. v. steenkolen , grint, steen , graan , petroleum , enz.; de
spoorwegen hebben door de concurrentie hunne tarieven reeds tot
uiterste grenzen verlaagd. Water- en spoorwegen moeten dus elkaar
aanvullen.
D.t verklaart o. a. onze zeer drukke Rijnvaart, zoowel voor
eigen als doorvoerhandel. Van deze is 80 % op Rott, gericht,
slechts 6 % op Amsterdam , enz. Zij neemt ni verband met de
scheepvaartbeweging te Rotterdam nog steeds toe (in '88 20.000
sch. op en evenveel af voorbij Lobit.)
Spoorwegen. Ons land heeft een tamelijk dicht net van
spoorwegen (ongeveer 60 K. M. per 100 inw.).
Zij worden door verschillende maatschappijen geëxploiteerd.
De oudste is de Holl. IJzeren Spoor w. M y., die 1831
hare eerste lijn opende tusschen Amsterdam en Haarl. Daarop
volgde in 1845 de R ij n s p o o r w e g-M ü. met eene lijn Amst —
Utrecht—Arnhem, maar de lijnen dezer Maatschappij, gingen on-
langs bij overeenkomst over aan de Holl. IJz. Sp. M'j. en aan de -Mü.
tot Expl. van Ned. Staatsspoorwegen. Deze laatste
exploiteert overigens lijnen, die door den Staat zijn aangelegd,
voornl. omdat daarin zulke kostbare werken, zooals de bruggen
over onze groote rivieren, voorkomen. Hare lijnen vormen een
^Woordernet" en een ^Zuidernet", te Arnhem aaneensluitend. Voorts
behooren enkele korte lijnen aan andere meestal kleine maat-
schappijen.
Voor de verschillende lijnen zie de kaart der groote ver-
keerswegen , bld, 4.