Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
in Groningen (1883) 86% eigenaars en slechts 14% pachters zijn
(beklemrecht), zijn deze getallen het ongunstigst in Zeeland (44%
en 56%), ongeveer gelijk aan die in Zuid-Holland. Voorliet
geheele Rijk is de verhouding van eigenaars tot pachters: als
Toch levert voor de dichte bevolking de landbouw niet genoeg
aan een der eerste levensbehoeften nl. aan granen: tarwe,
rogge en gerst. Van deze graansoorten wordt dus ingevoerd^
en wel uit Rusland (Oostzee-Prov. en Zwarte Zee), An\erika
(Ver. Stat.) en 11 o n g a r ij e. Alleen have r voeren wij iets meer
uit dan in (naar Engeland) alsmede vlas. Artikelen van den
landbouw waarvan wij meer uit- dan invoeren zijn vooral: groen-
ten en aardappelmeel, vooral naar Frankrijk.
Onze veeteelt stelt ons echter in staat voor eene groote waarde
levend en geslacht vee en h u i d e n vooral naar Enge-
land , België cn Frankrijk uit te voeren. Voorts ook groote hoe-
veelheden boter en kaas, waartegenover bijna geen invoer staat.
Onze boter is echter op de markten, vooral in Engeland, door
Deensche en andere soorten overvleugeld.
Handel.
Reeds uit het gezegde blijkt, dat Nederland met andere rijken
handel drijft, vooral als men bedenkt dat men hierbij niet heeft
te letten op de getallen waarmede de invoer den uitvoer overtreft
of omgekeerd, maar op die van in- en uitvoer zelve, waardoor
de h a n d e 1 s O m z e t wordt bepaald. .
De handelsbeweging strekt zich ook over vele andere artikelen
uit. Denken wij slechts welke groote hoeveelheden ruwe grond-
stoffen ons ontbreken, voornamelijk uit het delfstoffen rijk en
die toch zoo hoog noodig zijn, lo. voor direct verbruik, 2o. voor
onze nijverheid: steenkolen uit Westfalen en Engeland;
ijzer, erts, ruw giet- en smeedijzer uit Duitschl., Spanje (Bilbao),
Eng. en Zweden; koper uit Zweden en Spanje; goud en zil-
ver uit Amerika, Oostenrijk, enz. en alle andere m e t a 1 e n ;
voorts timmerhout van de Oostzee en den Rijn, petroleum
uit Amerika en Rusland en katoen uit Amerika en Eng. Indie.
Van de metalen gaat weer veel door onze industrie verwerkt
het land uit, o. a. aan ijzeren rivierschepen (bl. 49) en
aan ander ijzerwerk.
Ook manufacturen worden veel in- en uitgevoerd , vooral