Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
zeeboezems, enz. zijn dus eene alluviale vorming evenals de r i-
V i e r d n i n e n langs de oevers der groote stroomen , welke door
oi)\vaaiing vin dat zand ontstaan zijn.
Sommige uit Duitucldand en Belgie- komende riviertjes hebben
langs hunne oevers stollen doen bezinken van kleiachtigeu ot
zavelaclitigen aard en daarom b e e k k 1 e i ot' b e e k b e z i n k i n g
geheeten.
liet veen is eene grondsoort, als men deze althans zoo noemen
-wil y gevormd uit de overblijfselen van planten , die, door het
water van de lucht nagenoeg geheel of ten deele afgesloten , niet
geheel konden verrotten. Als die overblijfselen geheel vergaan,
ontstaat zoogenaamde humus of teelaard e.
iMen onderscheidt het veen in twee hoofdsoorten: laagveen
en hoogveen. Laagveen ontstaat door plantengroei in stil
.staande wateren ; de overblijfselen der planten vullen langzamer
liand den geheelen plas; soms geschiedt dit gepaard met de vor
ming van d r ij 1 t i 11 e n , k r a g g e n of r i e t z o d d e n , waar
over hierna meer. Laagveen kan dus nooit hooger liggen met zijn
oppervlak dan de stand van het omringende water. Het is dan
altijd geheel door water doortrokken, voor zoover dit er niet
kunstmatig uit verwijderd wordt; om het te kunnen bekomen als
brandstof moet het dus ijebagqenl worden en levert dan de ons
welbekende baggerturf, ook wel harde-, korte- of spon-
t u r f genaamd.
Hoogveen ontstaat nit de overblijfselen vau afgestorven bos-
sclien, welker stammen men daarin dan ook in grooten getale
aantreft als zoogenaamd kienhont, of uit de overblijfselen van
.struikgewas, heideplanten, biezen , grassen en mossorten. A'oor
de vorming van hoogveen is dus niet altijd bosch noodig, wel eene
groote mate van vochtigheid , die de geheele rotting moet voor-
komen, dus in streken met slechte afwatering. Het komt voor o\)
verschillende lioogte. Zijne sponsachtige massa houdt veel water
vast; nadat dit afgetapt is , wordt het hoogveen afgestoken als de
ieder bekende 1 a n ge of K r i e s c h e t u r f.
De gewestelijke en noordelijke lage helft des lands bestaat voor
een zeer groot gedeelte uit laagveen; het is dit gedeelte voorna-
namclijk, hetwelk bijna geheel beneden het omringende water van
zee of rivieren gelegen is. Het hoogveen, hoewel alluvium , vinden
wij uitsluitend in het hoogere oostelijke en zuidelijke de^l des