Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
verheft, eii een laag alluviaal gedeelte van zand en klei, het
gi'ootste en oostelijke deel vormende en als weiland gebruikt. Op
het hoogere deel staan de huizen met de kerk en de vuurtoren;
aan de Z. zijde ligt een haven. De bevolking, die 2G0() zielen
telt, leeft grootendeels van visseherij (bijna 301) schepen). Ook
hier hecht sterk aan oude zeden en gewoonten.
Wieringen wordt grootendeels gevormd door eene oude dilu-
viale kern van grint en zand , tot -4 a 5 M. hoog boven de zee,
waartegen aan de zuidzijde eene bedijking van klei is aangewon-
nen (zie Xookd-IIolland , lild 10). De bewoners (2700) leven van
eene vrij belangrijke sihapenleelt, voorts van eenigen landbouw,
vischvangst en het maaien van zeewier (zeegias), waaraan het
eiland zijn naam ontleent. Er zijn .5 kleine dorpen, waarvan
II y p o I i t u s h o e f het voornaamste is.
De eilanden langs de Noordzee (Waddeneilanden)
zijn voor ons land van belang , omdat zij het achter-
gelegen vastland en zijne dijken tegen het geweld
der Noordzee beveiligen.
Daarom worden hunne duinen gedeeltelijk door het llijk onder-
derhouden Toch nemen de meeste, ook aan de binnenzijde , af.
Tusschen Schiermonnikoog en Rottumeroog zijn reeds drie kleinere
verdwenen.
Tot Noord-Holland behooren :
Texel. Het „Oudeland", d. i. de kern van het grootste en zuidelijk
gedeelte, bestaat uit diluviale zind- en ffrinU/ronden, ongeveer A. F.
gelegen, met enkele heuvels die zich tot 15 M. daarboven verhetfen;
daarop ligt hier en daar wat laagveen. Het noordelijk gedeelte
wordt grootendeels gevormd door den in de eerste helft dezer eeuw
aangewonnen polder Eierland , geheel uit vruchtbare klei bestaande;
voorts liggen nog eenige bedijkingen tegen de binnenzijde des
eilands.
Het eiland is langs de W. en Z. zijde door duinen , langs de
O. zijde door dijken beschermd.
Het Oudcland en de ondere bedijkingen zijn nagenoeg geheel
Aveiland, Eierland en de jongere bedijkingen grootendeels bouw-
land. De bevolking bestaat van landbouw , van eene belangrijke
schapenteelt (Texelsche schapenkaas) en van visseherij.
De haver plaats van Texel is O u d e-S c h i 1 d , van waar ook