Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
heuvel, Jlonferliuicl eu Klteuberg liggen. De streek t. Z. van
Doesburg, in den hoek tusschen den Ouden (verlamden) llijn, den
Neder-Rijn en den l.Jsel heet de Lijmers.
Langs de beide Dseloevers ligt voorts een strook klei van afwisse-
lende breedte. Hier eu daar liggen rivierduinen (bl. 4) aan
den oever, o. a. t. Z. van Zutfen, bij Zwolle, Winsum, enz.
Tusschen den Rijn-Lek t. N. en de Maas t. Z. is alles klei,
behalve het zand en grint in het Rijk van Nijmegen en Maas en
Waal. In 't Westen tegen den Diefdijk ligt een stuk laagveen,
eene voortzetting van dat in de Vijfheerenlanden.
In Utrecht ligt t. N. van de Lek eene driehoekige oppervlakte
rivierklei Amerongen — Utrecht—Vreeswijk.
De dijlcen langs de groote rivieren in dit gebied leerden wij
reeds kennen en wij weten ook dat beneden Wijk bij Duurstede
langs de Lek, beneden Dodewaard langs de Waal en beneden
Ileusden langs de Maas het land binnen de dijken lager ligt dan
de' waterspiegel dier rivieren bij M. R.
Terwijl overstroomingen langs den IJsel slechts last en
betr. weinig schade veroorzaken, tot daar waar het water tegen
de hoogere gronden aanloopt, hebben de landen tusschen den Rijn
en de Maas dikwijls versc/irikJcelijk van overstroomingen geleden.
Hiervan getuigen o. a. de vele wielen langs de dijken, d. z.
meestal zeer diepe gaten, die bij doorbraak aan de binnenzijde des
dijks uitspoelen. Hoewel de dijken tegenwoordig in zeer goeden
staat zijn, zoo zijn langs deze bovenrivieren altijd rampen te
duchten en wel vooral bij ij s v e r s t o p p i n g e n. Wanneer de
rivieren nl. groote ijsmassa's afvoeren, schuiven, door hindernissen,
door vermindering van stroomsnelheid enz., de ijsschollen soms
opeen en vormen dammen van ijs, die tot op den bodem der rivier
kunnen reiken en aanhoudend dichter en langer, soms uren lang
worden, zoodat zij weinig of geen van boven toestroomend water
meer doorlaten. Dan stijgt liet water daarachter tot ontzettende
hoogte, de dijken achter den ijsdam gaan overloopen, voorzoover
men dit niet door kistingen — kaden op den dijk — kan belet-
ten , en breken in dat geval dikwijls door.
Ten einde bij doorbraken de ingezetenen , die op eenigen afstand
van den dijk wonen, gelegenheid te geven om het leven te red-
den, zijn in dit gebied op vele plaatsen vluchtheuvels aan-
gebracht.