Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
121)
Uit liet loveustaaiide is duidelijk hoe in 1672 Lodewijk XIV op
den EIteuberg den overtocht van zijn leger over den Riji kon
aanschouwen „in het gezicht der onneembare vesting „Toluus
anders gezegd het Tolhuis bij Lobit, en hoe dit leger daardoor
in de Betuwe kwam (zie het Kaartje).
De oorzaak van dezen treurigen toestand van de St. Elizabets-
vloed. Toen immers was de Groote "Waard ingebroken (bl. 60) en
een gevolg daarvan was, dat het water der Waal-Merwede, vroe-
ger bij den Briel in zee komend, zich beneden Gorinchem zijde-
lings naar het zuiden uitstortte en reeds aan den Jloerdijk bij eb
een lageren stand had dan vroeger te Brielle. De "Waal werd
daardoor !, korter en kreeg een lageren stand aan den mond; zij
kreeg dus meer verval, grooter snelheid en ging daardoor hoe
langer hoe meer water trekken uit den Uijn ten koste van Neder-
llijn en I.lsel, welks ioyenmonden bijna geheel verzanden. Daarom
werd eene verbinding tusschen de Waal bij Pannerden en den
Xeder-llijn bij de hoeve Kandia (bij Angeren) tot stand gebracht,
nu nog het P a n n e r d e n s c h K a naai geheeten , die spoedig
veel water trok en de eigenlijke rivier werd, terwijl de Kijn
tusschen Schenkenschans en Kandia — nu nog gedeeltelijk over
als Oude B ij n — geheel verlamde.
liet Panu. Kanaal werd natuurlijk ter weerszijden van dijken
voorzien , waardoor het afgesneden stuk der Betuwe , waarin drie
dorpen , Pannerden , Herwen en Aart liggen , met dijken omgeven
werd (de „Polder der drie dorpen").
Bij Lobit is echter in den rechter Rijndijk een overlaat
gemaakt — dat is ecu verlaagd dijkvak, geschikt tot het over-
storten van water — en als nu bij zeer hooge rivierstanden die
overlaat werkt, dan vloeit het water gedeeltelijk langs het Oude
Rijnbed naar Kandia, gedeeltelijk oostwaarts langs 's Heer^nberg
t. O. van Monferland en .Hettenheuvel om noordwaarts naar Deu-
lichem en stroomt dan langs het dal van den Ouden IJsel af naar
den IJsel bij Doesburg.
De rivierklei t. N. wan de Maas. Laatstgenoemde om-
standigheid verklaart tevens de breede strook rivierklei langs den
Ouden IJsel (bl. 9!)), die met de klei langs den rechteroever van
Jïijn en IJsel ecu groot diluviaal eiland van zand en grint omvat,
aan welks oost- en zuidrand de reeds genoemde hoogten Hetten.