Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK VH.
De Ri V i e r k 1 e i 1 a n d e ü.
Bezien wij de Geologische Kaart van Nederland (ijld 3), dan zien
wij dat de hoofdrivieren en hunne voormalige takken door strooken
rivierklei vergezeld woorden, langs de benedenrivieren in zeeklei
overgaande.
Die klei werd door de rivieren zelve daar aangebracht, als zij
buiten hare oevers traden. Dit werd bovendien bevorderd door
r i v i e r v e r p 1 a a t s i n g. Als de stroomsnelheid gering is en de
rivieren aan zich zelve zijn overgelaten , verandert de stroom door
ophooging van zijn bed , enz. nu hier dan daar van richting. Vele
d O 0 d e t a k k e n laugs de rivieren getuigen o. a. hiervan ; in de
de middeneeuwen eu later zijn deze bovendien dikwijls ontstaan door
kunstmatige afsnijding van bochten. Men vindt vele doode takken
langs den IJsel (bij Doesburg, Zutfen, enz.) en langs de Maas
(bij Megen, lledikhuizen en Ileusden). De rivieren dienden steeds
als grensscheidingen: daarom liggen nu deelen van Overijsel op
den linker IJseloever en van Gelderland t. van de Maas.
Belangrijk was het verleggen vau het verdeelpunt
tusschen R ij n e n W a a 1 in het begin der vorige eeuw. Tot
dat tijdstip verdeelde de Rijn zich nl. bij Schenkenschans buiten onze
tegenwoordige grenzen (zie voorm. en tegenw. toestand der
Ri.jDVERDEELiNG , BM) ()}. Alaar de Rijn met den IJsel kregen al
minder en minder voor hun deel: in de 17e eeuw 's zomers rauw
2'i van 't geheel, zoodat de scheepvaart er nagenoeg onmogelijk
was geworden , terwijl de AVaal veel te veel water had.