Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
JU
springt en beneden Echt in een onden Maasarm valt; de G e n 1 ^
die in Duitschland ontspringt, door een deel van Belgie gaat en op
ons gebied beneden Meersen iu de Maas valt. Links neemt zij de
Gulp op op een punt, alwaar haar dal ruim 50 M hooger ligt dan
aan den mond; hieruit is de groote stroomsnelheid te verklaren (/o-
reVen). De spoorweg Maastricht—Aken volgt de noordelijke hel-
lingen van het dal. De J eek er of Jaar, die in Belgie ont-
springt en bij ]\[aastricht (dus Hnhs) in de Maas valt; haar dal
sluit met het Maasdal den St Pietersberg in. — Deze riviertjes-
drijven vele molens.
Deze streek vormt een zeer eigenaardig deel van
ons land , daar de bodem zeer verschilt van dien van het
overig gedeelte.
In de eerste plaats liggen er dicht ond^r de oppervlakte en
hier en daar ook bloot aan de berghellingen , vooral aan de rivier-
dalen , oudere gronden. Deze zijn:
Uit het primaire tijdvak: de steenkolen, slechts iu den
ondergrond voorkomend en die bij K e r k r a d e a, d. Duitsche
grens gedolven Avorden uit eenige mijnen, hier ^kuilen" ge-
naamd, tot op eene grootste diepte van ruim 800 ^I. Ook bij
Heerlen komen zy voor en zullen weldra meer in exploitatie ge-
bracht worden, zoodra een nieuwe spoorweg llcrzogenrath—Sittard
gereed is. De kolen zijn niet van eerste qualiteit en de hoeveelheid
zou voor het verbruik iu ons land geheel onvoldoende zijn.
Uit het secondaire tijdvak het krijt, en wel: a. het
Maastrichtsch of tnfkrijt, dat vooral in den St. Pietersberg
bij Maastricht eu iu het Geuldal veel voorkomt. Het wordt wei
als bouwsteen gebruikt, waartoe het aan de lucht of in groeven
uitgehouwen wordt ; bekende oude groeven met hunne vele gangen
zijn die in den S t. P i e t e r s b e r g en t e Y a 1 k e n b u r g.
b. Het G u 1 p e n s c h of vuurstee n k r ij t, waarin groote
hoeveelheden vuursteenen voorkomen en dat onder het eerstge-
noemde ligt.
Uit het tertiaire tijdvak verschillende soorten vau leem en
zand, vooral aan de bergliellingen laugs de Maas en het dal der
Geleen, en de zoogenaamde L i m b u r g s c h e b r u i n k o o 1 v o r-
m i n g , d. i. z a n d en z a n d s t e e n met dunne lagen brui n-
k O O 1.
Op de oudere gronden rusten in den legel zaud cn hier eu