Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
3
vei'deeling van land en water dan de tegenwoordige, bij een ander
klimaat j eeue andere planten- en dierenwereld, doch toen reeds
de mensch op aarde leefde. Wel ontstonden ook zij door middel van
het water, doch op eene wijze als nu niet meer kan geschieden.
De gronden van de jongere groepen lieeten alluviale d i.
aangespoelde gronden , of wel a 11 u v i u m. Ook deze naam is
niet geheel juist, want sommige soorten ontstaan op eene wijze
waarbij van aanspoelen geen sprake is. Alluviale gronden zijn in
't algemeen die , welke gevormd Avorden op een of andere wijze
zooals die nog heden ten dage plaats heeft of kan plaats hebben.
Het Nederlandsch diluvium bestaat grootendeels uit zand ,
voorts uit keien, grint en een weinig leem — het laatste
meestal in dunne lagen in den ondergrond — in Zuid-Limburg ook
uit eene bijzondere soort van klei, löss genaamd. A\ dat ma-
teriaal is aiuigevoenl ten deele door groote g l e t s c h e r s of
ijsstroomen, die in het ijstijdperk zich van uit Scandinavië over
geheel Noord-Europa uitbreidden en rotsbrokkeu . steengruis, enz.,
afkomstig van de Noordsche gebergten, als morenen (gletscher-
puin) hierheen schoven; anderdeels door den Uijn en de Maas ,
in andere beddingen stroomend dan thans en welker waterspiegel
toen , evenals die der zee, veel lager en ook veel hooger heeft
gelegen dan in onze dagen. Deze rivieren voerden stoffen aan ,
afkomstig van de lei- en andere gesteenten (lei is de klei uit
het primaire tijdperk) langs hare oevers en die van hare zijrivieren.
Het alluvium bestaat uit klei, veen en een weinig zand.
De klei werd aangevoerd in niilliarden lijne deeltjes door de groote
stroomen en in zoet, brak ol zout water afgezet, zoodra het water
zoodanig tot rust kwam . dat het de lichte kleideeltjes niet langer
zwevende kon houden. Xaar gelang de klei ia zoet of zout water
bezonk j hetgeen men uit den aard der dierlijke overblijfselen kan
onderzoeken , noemt men haar r i v i e r k I e i of zeeklei; de
grens tusschen beide is dus niet scherp te trekken. Zeeklei vindt
men dus langs do zee en de brecde zeeboezems, rivierklei langs
de hoofdrivieren. Klei niet veel zand gemengd noemt men z a-
v e 1 g r 0 n d.
De groote rivieren voeren ook veel zand mede en dit bezinkt
reeds bij minder rust in hot water dan de veel lichtere klei daar-
toe noodig heeft. De zamlplaten in onze rivieren en riviermonden ,