Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
of bij het heuvelland t. O. van Coesfeld^ nl. de Veeht, de Dinkel,
de Schipbeek, de Berkel en de A (een der twee bronrivieren van
den Ouden IJsel).
De Vecht komt in ons land na om de oostelijke heuvelrij heen
naar liet westen omgebogen te zijn, doorsnijdt sterk kronkelend
het N. van Salb.nd en valt tusschen Zwolle en Hasselt in het Zwarte
Water. Beneden Dalfsen is zij voor kleine schepen bevaarbaar en
tusschen dijken ingesloten (bl. H2). Boven en beneden Gramsber-
gen zijn er stuwen op — eene sfxw is eene inrichting waar-
mede men het water eener rivier tijdelijk kan opstuwen — om
het Overijselsch Kanaal eu dc Dedemsvaart zoo noodig van water
te kunnen voorzien (zie Overijsel, bld 14).
Hechts ontvangt de Vecht al het water dat bij Koevorden samen-
komt (bl. 87 en 88); links bij Neunhaus de D i n k e 1, die beneden
Gronau ons land binnenkomt en het in den N. O. hoek van Twente
weer verlaat, en beneden Ommen de Kegge. Deze wordt ge-
vormd door het water dat langs verschillende beken langs het
hellend vlak tusschen de beide heuvelrijen westwaarts stroomt en
vloeit dus zelve langs den oostelijken voet der westelijke rij van
het Z naar het N. Beneden Diepcnheini ontvangt zij water van
de Buurserbeek, den bovenloop van de Schipbeek; boven Diepen-
heim staat zij door een sluisje met deze laatste in verbinding.
Er is een stuw op ten behoeve van het Overijselsch Kanaal
(Zwolle—Almeloo).
De S a 11 a n d s c h e Weteringen, eerst west- en dan noord-
waarls ongeveer evenwijdig aan den IJsel loopend, voeren o a. het
water af dat van de westelijke heuvelrij naar het westen afvloeit.
Zij brengen ten slotte boven Zwolle al hun water op een van haar,
de N i e u w e Wetering, die bij Zwolle den naam van Zwarte-
water aanneemt (bl. 81).
De Schipbeek komt als Buurserbeek in ons land,
geeft een deel van haar water aan de Hegge af, staat door dc
B O 1 k s b e e k in verbinding met de Berkel en loost bij Deventer
door eene sluis op den IJsel.
De Berkel doorsnüdt de Graafschap van oost naar Avest en
is door sluizen en stuwen in stukken verdeeld, waardoor men den
waterstand op deze eenigszins kan regelen. Zij neemt hoven Locliem
<le (i r O c n l O O s c h e 8 1 i n g c of S 1 i n g e r b e e k op en valt
bij Zulfen door sluizen in den IJsel.