Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
over Bergcn-op-Zoom, Steenbergen, 's Boscli, ^Amerongen,
Utrecht, Xaarden, langs tie kust der Zuiderzee over Elburg ^
Zwolle, Meppel, Steeuwijk, AVolvega naar Dokkum en vau hier
oostwaarts over Groningen en Winschoten naar de Duitsche grens.
liet eerstgenoemde lage gedeelte ligt grootendeels zelfs beneden
het gemiddelde oppervlak der aangrenzende zee, ja tot 5 Meter
daarbeneden, en slechts voor een klein deel meer dan 2 ^Meter
daarboven, (Zie de uoogtekaaut , bld 2). Hef. is voornamelijk
deze bijzonder larje ligging, die oorzaak is van de eigenaardige ge-
steldheid dezer landen , welke eenig op de icereld kan genoemd worden
en die irij hierna zullen leeren kennen.
Het hoogere gedeelte klimt in het algemeen naar de oostelijke
en zuidelijke grenzen des kinds op (Zie de nootjtekaaiit, bld 2),
die van 10 tot i>0 M. boven het gem. oppervlak der zee
zijn gelegen , terwijl het heuvelachtige zuiden van Limburg groo-
tendeels 100 à 200 M. j voor een kleiner gedeelte 200 à ;îOO M.
boven dat vlak ligt.
Het hier en daar voorkomende heuvelland verheft zich in zijne
hoogste toppen^ op de Velnwe^ bij 's Ileerenberg en bij Nijmegen^
tot ruim 100 M. boven de zee.
Wij merkten reeds op, dat ook de aard der gronden die de
beide groote deelen samenstellen verschillend is.
De gronden van Nederland behooren bijna geheel
tût het vierde of quartaire tijdvak , het jongste dat de
geologen bij de vorming der aardkorst onderscheiden, — behalve
enkele deelen in Zuid-Limburg^ die tot de tertiaire, secundaire
en iu den ondergrond betr. dicht onder de oppervlakte ook tot de
pi'imaire formaties behooren , terwijl ook in de Graafschap en in
Twente dicht bij de Duitsche grenzen op eenige punten tertiaire
en secundaire gronden aan de oppervlakte komen. (Zie de geol.
kaart, lil.d v]).
De gronden van het quartaire of jongste tijdperk nu worden
weer in twee groepen verdeeld : een oudere en een jongere.
Die van de oudere groep heeten diluviale gronden of
d i 1 u V i u m , welk woord „vloedvorraiug" beteekent : de oudere
aardkundigen nocnulen die zuo, omdat zij hunne vorming met één
grooteu vloed of zondvloed in verband brachten. Zij zijn wellicht
tot eenige honderdduizenden jaren oud en ontstaan bij eene andere