Boekgegevens
Titel: Veelkleurige bloemen: leesboek voor de middelklassen der lagere school
Deel: No. 1
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1916
23e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205650
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Veelkleurige bloemen: leesboek voor de middelklassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
Zoo deden de jonge ooievaars; doch den volgenden dag
zongen de kinderen al weer hetzelfde liedje, en dit ging
zoo voortdurend dag aan dag. De kleine ooievaars werden
zoo bang, dat ze niet meer buiten het nest durfden komen.
Ze wilden maar weg, ver weg naar een ander land.
De moeder vertelde hun echter, dat ze dan eerst goed
moesten kunnen vliegen en hun eigen voedsel zoeken. Eiken
dag gaf zij hun daarin les. Zij stapte met haar jongen over
den rand van het nest en op het dak.
»Kijk", sprak ze, »zóó moet je den kop houden; zóó
de pooten zetten, en dan: één, twee; één, twee. Daarmee
moet je de wereld doorkomen." En nu zeilde ze een paar
keer om het nest heen, om het haar kinderen te toonen.
De jongen beproefden het na te doen, maar pas spreidden
ze de vleugels uit, of bons! daar lagen ze weer; het ging
nog niet.
Een der kleinen begon het eindelijk te vervelen, en hij
zei: »Ik wil niet vliegen", en kroop weer naar het nest.
— »Nu, dan moet jij maar hier blijven en bevriezen,
als wij in den herfst naar het warme land gaan", ant-
woordde de moeder. »Dan moet je ook maar zien, aan
den kost te komen, als er een deksel op het water zit.
Je moet niet denken, dat je vader altijd altijd voor je zorgen
en je het eten thuis brengen zal. Je moet zelf den kost
leeren zoeken."
Dat hielp. Het koppige ventje deed voortaan even goed
zijn best als zijn broertjes, en binnenkort konden ze alle
vier vliegen, dat het een lust was, om te zien. Nu gingen
ze met vader en moeder het veld in en klapperden en
flapperden van louter pret. Ze waren nu groot en sterk en
ook in het geheel niet bang meer, als de kinderen in hun
liedje dreigden met ophangen en verdrinken. Maar toch
waren ze kwaad op hen en zouden zich wel gaarne wreken.