Boekgegevens
Titel: Veelkleurige bloemen: leesboek voor de middelklassen der lagere school
Deel: No. 1
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1916
23e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205650
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Veelkleurige bloemen: leesboek voor de middelklassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
18. Een voorbeeldig kippenkoning.
Een heer wandelde eens tegen het vallen van den avond
in zijn tuin en hoorde een ongewoon leven in het kippenhok.
De dieren fladderden en kakelden, net alsof ze vervolgd
werden. Hij was bang, dat een of ander roofdier in het
hok mocht geslopen zijn, en ging daarom ongemerkt zien,
wat er gaande was.
Hij bespeurde echter niets vreemds in het hok, maar
zag alleen, dat de kippen het onderling erg oneens waren.
Op de hoogste dwarslat van het hok zaten een dozijn
kippen, en een er van werd duchtig toegetakeld door haar
strengen heer en meester. De haan pikte en beet haar
zoo geweldig, dat de veeren door het hok stoven. Eindelijk
scheen hij zijn zin te hebben; hij had de kip van de lat
gestooten, en deze zat nu op den vloer van het hok.
Terstond schoten er een tiental kuikens toe, om zich
onder haar vleugels te verbergen. Doch dat verkoos de kip
niet meer. Het waren wel haar jongen, maar die waren
nu groot genoeg, om voor zich zelf te zorgen, meende zij.
Om dus van den last bevrijd te zijn, vloog zij weer naar
de hoogste lat. Maar dat beviel den haan weer niet; hij
meende, dat de moeder nog langer moest zorgen voor haar
kindertjes, die haar piepend en treurig nakeken. De vorige
twist begon dus opnieuw. De haan beet en pikte de kip
en vervolgde haar overal. Eindelijk had hij ze weer naar
beneden gejaagd, waar de kiekens haar tegemoet vlogen.
Maar zij wilde niets meer van haar jongen weten en ont-
vluchtte opnieuw, nu zoo hoog mogelijk.
De haan begreep toen wel, dat er met zoo'n koppige
kip niets aan te vangen was. Hij keek haar nog eens heel
grimmig aan en liet ze verder met rust. Maar intusschen