Boekgegevens
Titel: Veelkleurige bloemen: leesboek voor de middelklassen der lagere school
Deel: No. 1
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1916
23e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205650
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Veelkleurige bloemen: leesboek voor de middelklassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
hals en smeet hem toen, plof! van de brug in het vpater.
De zware steen trok het dier terstond mee in de diepte.
Maar niet lang daarna kwam de hond weer boven. De
steen was misschien niet goed vastgebonden geweest, en
door het spartelen van het beest losgeraakt. Karo zwom
terstond naar den wal.
Zoodra de jongen dit zag, werd hij rood van kwaadheid
op het arme dier, dat niets anders deed dan zijn eigen
leven redden. Hij raapte steenen van den grond en wierp
den eenen na den anderen naar den hond. »Dood zal je,
leelijkerd!" riep hij, en bleef maar aan het smijten.
Al heel spoedig was er een troep andere jongens bij,
elk met een steen in de hand, en allen deden hun best,
het gemartelde beest te treffen. Menige steen kwam terecht
op den kop van den armen Karo, die hijgend en smeekend,
bloedend en uitgeput, naar den wal keek, maar er niet
mocht aankomen.
Tijdens deze wreede baldadigheid kwam de Commissaris
van Politie over de brug. Hij zag terstond, wat er gaande
was, en dreigde de bengels al van verre met zijn wandelstok.
»Houdt op, vlegels!" riep hij hun toe, en stapte wat aan,
om beneden aan den kant van het water te komen.
Voor dien ambtenaar hadden de jongens ontzag; zij
pakten zich ongemerkt uit de voeten, en Karo kon den
wal bereiken.
Het dier scheen terstond zijn redder te kennen.
Het liep naar hem toe, likte zijn handen, sprong tegen
hem op en betoonde hem op allerlei wijzen zijn dankbaar-
heid. Hij volgde zijn nieuwen meester naar diens woning,
liet zich door hem verbinden en hechtte zich onafscheidelijk
aan hem.
Drie jaar lang had Karo in het huis van zijn nieuwen
heer een recht genoeglijk leven; hij was de lieveling van