Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
door de leerlingen worden gelezen, waaronder zeven en een
tiende M. of zeven, een tiende M. Wie kan dit anders
schrijven? 7% M.; en 4,5 dubb.? 4^0 "f 4 72 ^libb.
Gemakkelijk worden nu de namen der twee soorten breuken
door het kind zelf gevonden, als er maar twee rijen op t
bord staan. Dit breide men uit tot 46,32 L., 36,725 KM.
enz. Vooral moeten de volgende herleidingen op 't eerste
oog gezien worden: 0,5 = 1/2; 0,2 = 1/5; 0,4 = ^
enz.; 0,25 = 0,75 = 0,40 = 0,125 =
0,375 = 0,625 = % en 0,875 = 0,40 = 0,4;
0,750 = 0,75. Deze herleidingen geven bij het hoofd-
rekenen veelal gemak. Hoe schrijft ge 7'/jo M. anders?
Hoe 43/10 L. enz.? Hoe 41/10 appel; hoe 13%o ^^'''ho
HM.? Ook 7% jaar, IS^^j^Q^ gulden en 1813/^00 are. Maar
over 143/iQo jaar, 17,3 dag enz. willen we evenmin spreken
als over 16%3 uur. (Zie Hoofdstuk III.)
Deze uitbreiding der stof wordt weer behandeld als bij
de behandeling der hoofdbewerkingen met de getallen van
1 tot 1000 is gedaan. Men herhale dus die bewerkingen,
maar doe dit naast de behandeling der hoeveelheden boven
duizend.
DE HOEVEELHEDEN BOVEN DUIZEND.
Moeten we met het hoofdrekenen zoo ver gaan?
Ik heb in de eerste hoofdstukken aangetoond, waarom
het van 't grootste belang is, deze getallen ook te behan-
delen en wel even nauwlettend.
Misschien zal opgemerkt worden, dat de voorstelling
Ij hierbij faalt en daarom de waarde niet groot is; maar de