Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
dm. m.
cM.? (Ier DM.? (üoor streepjes aan te wijzen: I I 38 eM.)
Hoe berekenen we dit gemakkelijk 10 keer? Eerst 10 X
8 cM. en daarna 10 X 3 dM. Wat is dat? 8 dM. en 3 M.
Schrijf dit op de goede plaatsen onder 113 8 cM. Dus;
3 8 cM. Wat
moet nu op de plaats der cM.? Eene 0. Doet zoo eens
met 10 X 4-9 ets., 10 X 68 L., 10 X 47 G. Onthoudt
het goed, opdat ge, wanneer er naar gevraagd wordt, goed
kunt uitleggen, waarom bij vermenigvuldiging met tien in
de uitkomst eene O achter 't zelfde getal, als het vermenig-
vuldigtal staat.
We zullen het bewijs op eene andere manier zoeken:
Een jongen heeft 56 centen op eene rij liggen. Wie weet
een ander middel, dan we reeds gebezigd hebben, om deze
hoeveelheid 10 keer zoo groot te krijgen? Door voor eiken
cent een dubbeltje te leggen. Er komen dus 56 dubbel-
tjes. Hoe schrijft ge dat in centen? Doe evenzoo met 21.
dubbeltjes, 39 guldens, 27 stuivers, 45 halve stuivers, 16
kwartjes, 90 rijksdaalders, 100 blokjes, 40 vierkantjes, 64 L.,
17 DG., 64 appels, 29 pennen (voor elke pen een doosje
met tien pennen).
Het bewijs door verwisseling der factoren komt met liet
vorige overeen:
Uitbreiding:
a. 11 X 36, 12 X 36 enz., 9 X 36 (10 X 36 — 36).
0. 101/2 X 64, 11X 61-, 93/4 X X 48,
8 VB X 49.
c. Vele voorgaande op verschillende manieren.
(l. 5 X 64 (uit 10 X 64), 5 X 97.
e. 21/2 X 64, 21/2 X 65, 21/2 X 63.