Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
Misschien mogen we, omdat dit bij de becijferingen reeds
spoedig geleerd wordt; 10 X 37 enz. bekend vooronder-
stellen. Voor de volledigheid geven we aan, hoe we dat
geval moeten behandelen. Om telkens goed de vermenig-
vuldiging als eene verkorte optelling van gelijke getallen
in 't oog te doen houden, geven we als optelling een op-
I' gave of zes als: 10 X 36. 10 X 47. Bij nadere be-
schouwing merken de leerlingen op, dat achter alle uit-
r komsten eene O staat. Men geve onder ons zestal ook 10
11 O
!! X 40 b.v. Hoe staan daar nu twee nullen? Welken regel
" trekken we hieruit? Nu geven we dezelfde of andere
Ij getallen (steeds benoemde!) 9 keer, 11 keer, 8 en 12 keer
op te tellen en herhalen onze beschouwing. Hieronder
Ij vooral ook 8 X 25 en 8 X 35; daar komen nl. één of
2 nullen achter de uitkomst. Herhaling van den regel.
Ue uitkomsten worden gezegd of opgeschreven van andere
ii vermenigvuldigingen met 10. Waar komt nu die O in de
uitkomst achter?
üeze weg is veelal uitmuntend, maar wat eentonig. Meer
" levendigheid krijgt ons geval, wanneer we nu komen be-
wijzen, dat het zoo wel moet zijn. Uit doen natuurlijk de
i ■ leerlingen zelf onder leiding van den onderwijzer.
:: Teekent naast elkander 4)7 streepjes (bij 5™ en 10™ ge-
groepeerd), zet dit 10 keer onder elkander (5 en 5 rijen).
Hoeveel tientallen zijn er nu ? (Nu wordt van boven naar
beneden geteld.) En hoe moeten we 47 tientallen schrijven.
Hebben we in de bovenste rij ook 47 tientallen? Neen!
i maar wel 47 . . . . ?
j Ue onderwijzer schrijft 38 cM. op 't bord. Hoeveel dM.,
! hoeveel cM. ? Waar is de plaats der dM. ? Waar die der
u