Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
hapert er veel aan deze handelwijze en wel de aanschou-
wingen zijn van het begin af aan niet goed en talrijk ge-
noeg geweest en het spreken der leerlingen is vergeten.
Men heeft tijd willen besparen, men heeft wat vlugger
vooruit gewild en er op gerekend, dat na eene enkele aan-
schouwing de leerlingen wel zoo goed waren den algemee-
nen regel te zoeken. Maar al kon men het nu eens met
eene enkele aanscliouwing en eene sobere bespreking afdoen,
wie verzekert ons dan nog, dat die naar het bord kijkende
kinderen hunne gedachten er wel bij hebben; of ze soms
niet denken, nu meester toch over 5'4 M. touw spreekt,
aan dat mooie vliegertouw van van morgen, waar, jammer
genoeg, om die zwakke stee, niet 51/4, maar op z'n minst
wel 25M. afgesneden moest worden; of... maar waar
zouden we blijven met onze opsomming van al die zoete
en bittere herinneringen der kleinen, die wij juist de plaats
in 't bewustzijn der kinderen moeten betwisten door allerlei
middelen, belangstelling in de eerste plaats en aanschouwe-
lijkheid en levendigheid in de tweede. Wij , die ook wel
menigmaal afdwaalden onder het gehoor van menig spreker,
weten maar al te goed, dat woorden het kinderoor gemak-
kelijk voorbij kunnen gaan. Laat dus de kleinen spreken,
dat dwingt de aandacht af en geeft levendigheid, meer dan
dat de onderwijzer spreekt, en geeft een uitmuntend crite-
rium. Het zal dus blijken eene welkome tijdbesparing en
geene tijdverkwisting te zijn. En hadden we nog spreek-
oefeningen te over; maar juist het tegendeel weten we.
Of wil men ons geene spreekoefeningen ojjdringen, even
droog als belachelijk, üe een raadt ons in alle ernst aan,
na de aanschouwingsles halve zinnetjes te laten aanvullen
en dan over te laten zeggen, een ander prijst het weerge-