Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
zou claïirin niet graag falen. Zoo wordt alle oppervlakkigheid
tegengegaan en verder wordt juist door dat spreken der
leerlingen het hedaard en rustig en geregeld nadenken en
dientengevolge ook het logisch redeneeren sterk bevorderd,
iets, dat het geheele onderwijs ten goede komt. Nu gaat
met die beredeneering wel veel tijd heen , maar dat is ook
het geval met dat telkens en telkens weer overdoen en
opnieuw verklaren, wanneer blijkt, dat vorige bewerkingen
niet begrepen zijn. En dan komt men hierbij nog niet
verder en gaat de ojjgewektheid bij 't onderwijs verloren.
Hoe menigmaal staat men niet verwonderd, dat een jongen,
vooral als bij wat vlug en daardoor vluchtig opneemt, al
weer „meent", dat er 10 M^. in de are zijn, of dat de
lialve balk de helft van de oppervlakte heeft van den ge-
heelen balk, of, wat veel voorkomt, hij weer met dat
„leenen" in de war is, of niet weet, welken kant toch die
kleine, lastige komma uit moet in decimale getallen bij 't
10 of 100 maal enz. vermenigvuldigen of deelen door die
termen onzer schaal; of, dat hij nu voor de zooveelste maal
5^/4 M. van de 100 M. aftrekt, om 95M. over te hou-
den. En dan zou de onderwijzer zijn geduld wel kunnen
verliezen, als hij dat maar mocht in de school. Hij hervat
dan liever zijne kalmte en zal nu eens (en nu voor H
laatst!) laTigzaam en duidelijk het onderhavige geval uit-
leggen, ja, zelfs aanschouwelijk maken en een' leerling bij
't bord roepen, om, nu wel niet honderd, maar dan toch
tien M. te laten teekenen en er zooveel M. te laten afdoen,
dat er nog 5V4 overblijft. Met een: ,,nu, ventje! zoo is 't
ook met 100 en 951/4 M.," is dan dat struikelblok wegge-
nomen. (?) En toch moeten we later tot onze verwonde-
ring ontwaren, dat bet al weer vergeten is. Klaarblijkelijk