Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
64.
b.v. die door 12, door om 60 als 't 12voiid van 5 been
te werken. Een voorbeeld: „Een koopman verkoopt lint
van 4, 5, 6 tot 12 ets. Jansje moet 14 M. lint koopen
en beeft ƒ 1. Hoe duur kan zij den M. koopen?" Hier-
voor moet liaar geld in 14 gelijke boopjes voorgesteld
worden. Ze weet, dat van 70 ets. 14 hoopjes van 5 ets.
gelegd kunnen worden ('t eerste geval bij M). He overige
30 ets. zijn 14 hoopjes van 2 cts., terwijl ze nog 2 ets.
overhoudt. Legt ze im elk stapeltje van 2 ets. achtereen-
volgens op elk van 5 cts., dan bekomt ze stapeltjes van
7 ets. Waarom kunt ge nu 14 stapeltjes van 8 ets. leggen,
Jansje? En hoeveel cents houdt ge over, als ge M. lint
van 6 ets. koopt? Waarom? Het duurste lint, dat gij
koopen kunt, is dus van ....
Om eens te onderzoeken, of de geheele klasse Jansje en
den onderwijzer gevolgd heeft, wordt nu gevraagd, wie zoo
eens honderd vierkantjes in 14 stapeltjes kan leggen.
N. Deeling door al de overige getallen, beginnende met
11, 21, 31 enz.; vervolgende met 13, 23, (33 kan onder J!/.
behandeld zijn) 17, 19 enz.
We gaven onder M een uitgewerkt voorbeeld, niet, om-
dat dit juist hier noodig is, maar alleen om een voorbeeld
te geven. Eene dergelijke bespreking moet de leerling bij
alle gevallen geven, vooral waar de groepeering voor de
bewerking duidelijk uit moet komen. Niet alleen als spreek-
oefening beeft dit veel waarde, maar ook om verschillende
andere redenen. Daardoor toch wordt de geheele klasse
aan 't werk gezet: het noopt alle leerlingen zich telkens
af te vragen: hoe kan dit, of hoe komt dat? Immers
straks moet een ander hetzelfde geval op eene dergelijke
manier, maar nu met andere voorwerpen, uitleggen en 't