Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
fondament ligt voor ons rekenonderwijs, en we waarseimwen
er dan ook nog eens ernstig voor, slordigheid in de groe-
peering toe te laten. Zelfs eisehe men niet zoo nn en dan
die plaatsing, maar s/eeds en bij alle aansehouwingsmiddelen.
Zelfs, wanneer „buiten" de leerlingen onder leiding van den
onderwijzer den UM. of IIM. afmeten, waarbij in 't laatste
geval aan H eind van eiken DM. een latje in den grond
wordt gestoken, vergete men niet op de helft eene lange
lat te steken. —
Ben klein woordje over de herhaling. De bewerkingen
met getallen tot 50 behoeven niet herhaald te worden,
omdat ze nu toch tusschen die met de getallen van 50 tot
'100 voorkomen. Wel echter worde er veel werk van ge-
maakt, dat de getallen als 25 = 5X5, 4S (velerlei
ontbindingen) 12'/j, Ifi^ a enz. door menigvuldige
oefening als „merkwaardige" getallen worden opgevat.
Voor 't gemak geven we hier een overzicht van de ge-
vallen, die weinig verschillen van die in hoofdstuk IV.
Alleen moet er op gelet worden, dat 100 dikwijls voorkomt:
A. OPTELIJXG.
a. 40 + 30; 50 + 40;
h. 60 + 7; 80 + 4;
e. 62 + 5; 75 + 3;
d. 60 + 27; 50 + 34.
e. 24+10 + 4; 30 + 27 + 20;
f. 37 + 41; 53 + 33 = 50 + 30 + 3 + 3;
g. 53 + 33 = 53 + 30 + 3 = 83 + 3;
h. 53 + 33 op twee manieren;
i. 37 + 21 + 30; 32 + 32 + 32;
j. 34 + 58 = 34 + 60 — 2;