Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Evenals G blokjes als 5 1 moeten worden gelegd,
moeten fiO blokjes ook als 5 + 1 balkje worden geplaatst.
Dit geldt evenzeer voor de teekeningen. Wordt deze manier
steeds gevolgd, dan zal de voorstelling der hoeveelheden
daarbij veel in helderheid winnen, wat tot gevolg heeft,
dat de bewerkingen ook gemakkelijker en nauwkeuriger
worden uitgevoerd Is, wanneer men het 5" en 6« tiental
niet goed afscheidt, 7(> bijna niet te onderscheiden van 8d
en 96 of zelfs van 87 en 97, bij de aangegeven wijze valt
het verschil zeer duidelijk in 't oog. Stelt men zich nu
maar eens voor, op welke wijze het kind zich het gemak-
kelijkst de aftrekking 76 centen — 16 centen b.v. kan
voorstellen, dan zullen we niet aarzelen zonder voorbehoud
de waarde der aangeprezen manier te erkennen. Immers
dan is de aftrekking 26 — 16 bijna voldoende. Nu Vordt
er wel eens beweerd, dat ons tientallig stelsel voor ons
onderwijs zeer ongeschikt is, omdat we tien niet met één
oogopslag kunnen overzien, zelfs 7, 8 en 9 niet en we dus
altijd moeten tellen, wat de voorstelling schade doet, maar
dit bezwaar vervalt geheel door bovengenoemde groepeering.
Ieder ziet toch in*««** «««•« terstond 78.
We bleven wat lang bij dit punt staan, omdat in eene
vasfe en scJierpfi voorstelling der hoeveelheden een degelijk