Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
„Het rekeneii in de lagere school" door ]). Boswijk en
J. G. Zijlstra, uitgave J. B. Wolters cn den liekencursus
van H. Douma, meergenoemd. In dit laatste werkje wordt
vooral duidelijk gemaakt, waarom men in 't belang der
kinderen, die reeds vroeg de school verlaten, de breuken
(eenvoudige gewone en tiendeelige tot honderdste deelen)
al zoo gauw moet behandelen. Maar al ware dit niet het
geval, waarom zullen we die bewerkingen, welke zoo ge-
makkelijk aanschouwelijk te maken zijn en zooveel nut heb-
ben, als aansluitende aan het ^iractische leven, niet laten
voorafgaan aan de bewerkingen met groote geheele getallen,
die misschien weinig of nooit te pas komen.
Op dezen tra]) van ontwikkeling bepalen we ons tot de
halven en derden; dan komen de vierden na de beliande-
ling der geheelen tot 100. Hierbij toch komt eene moeie-
lijkheid, nl. 't herleiden van vierden tot halven. Behandelen
we dan na de vierden de zesdedeelen, dan wordt die her-
leiding eerst voorbereid en daarna uitgebreid.
Alles komt hier weer aan op de menigvuldige aanschou-
wingen en voorstellingen. Dan is de toepassing gemakkelijk.
Vooral worde niet te veel vertrouwd op geteekende halven.
Daardoor toch wordt het begrip helft niet zuiver. Liever
toone men heele griflels, die men midden door deelt,
evenals apjiels, meters touw, lint en zoo 't kan, linnen of
katoen. Anders stelt de leerling zich steeds de helft voor
als de helft van een geteekend lijntje. Halve guldens, halve
centen en ook halve stuivers worden niet vergeten, maar
moeten door vergelijking en verwisseling op 't muntplankje
bekend gemaakt worden. Bij de behandeling van derden
mag dus niet een willekeurig lijntje, op de lei geteekend ,
in drieën verdeeld worden, maar late men eenen geteeken-
4