Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
p.n liet (Ie rest gelijkelijk cleelen door Marie en Koosje.
Hoeveel had L. meer of minder dan ieder zijner zusjes?
Opmerking: Ik stel me voor, dat deze getallen in 't
tweede leerjaar behandeld worden. De bewerking als :
2 = 18,
14 17 16 36
15 25 3 2;
29 42 48 16
16
0
die ik becijferingen heb genoemd en steeds onder dien
vorm uitgevoerd worden, komen na de bewerkingen met de
getallen uit het hoofd. Doch, omdat de ontbindingen en
samenstellingen beneden 50 zoo gemakkelijk aanschouwe-
lijk te maken zijn, omdat ze later zoo vele malen voorkomen,
ook bij grooter getallen, en omdat bewerkingen met grooter
getallen soortgelijke zijn als die met getallen beneden 50,
moeten ze in 't 3® leerjaar veelvuldig herhaald worden tus-
scben de getallen van 50 tot 100.
Deeling door 3.
Gang: a. 30 : 3. h. 36 : 3, 34 : 3, 40 : 3.
c. herhaling van 12, 13, 14 enz. : 3.
d. 30 : 3 + 12 : 3; (30 19) : 3.
42 : 3; 49 : 3.
/'. 31 : 3; 28 : 3. g. Combinatiën.
Opmerking : Vooral moeten de leerlingen vlug het tweede
en derde deel van getallen onder 20 en 30 kunnen bere-
kenen. Ter oefening en bevestiging schrijve de onderwijzer
(de schrijfwijze in cijfers is nu toch wel bekend) vele ge-