Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
onderwijs, moeten vele voorbeelden bebandeld worden.
Duidelijke voorstelling is hier n° 1 en vlugheid u° 2.
/. 50 — Ifi = 50 — 20 + 4; 40 - J 7 40 — 20 -f- 3.
g. 31 — 19 =: 31 — 1 - - 18; 42 — 24 = 42 — 2 — 22;
L 31 — 19 = 31 — 20 + 1; 42 — 24 = 42 — 30 + 6.
i. Herhaling op twee manieren.
j. 31 — 19 = 31 - 11 - 8; 42 — 27 = 42 — 22 — 5.
k. Herhaling op drie manieren. Deze herhalingen nopen
tot krachtige inspanning. Ook 31 — 19 = 39 — 19 — 8.
Z.3() — 12 — 13 = 36 — 25; 41 — 24 — 17 = 48-41.
De voorbereiding kan bier zijn het oplossen volgens vo-
rige manieren. Daarna moet dit geval eerst, als steeds,
aanschouwd en roorgesteld worden, om daarna den regel te
vii\den, in woorden te brengen en toe te passen.
Voor het laatste doel gebruiken we natuurlijk weer
vraagstukjes.
w. 45 — 13 — 4 — 17 = 45 — 30 — 4.
Allerlei combinaties van optellingen en aftrekkingen.
Hierbij behandele men vooral: 37 — 19 + 18 = 37 — 1;
verder 37 ~ 18 + 19 = 37 + 1 en eindelijk 17 —
24 + 16. (Iemand heeft 17 cents en moet 24 cents beta-
len. llij krijgt er nog 16 cents bij.)
Gevallen d, f en h zijn gemakkelijker dan 4J — 17
= 40 — 16.
VERMENIGVULDIGING.
Indien het woordje heer of maal niet reeds geleerd is bij
aanschouwingslessen, moet het eerst op de volgende manier
3*