Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
zijn 24 en in liet andere 5. Hoeveel centen heeft Jan?
in eene spreekoefening kan de groepeering uitkomen.
4. Piet had 42 knikkers en won nog 7. Hoeveel had
hij toen?
3. Mijn broertje had 8 centen en kreeg van Oom er
nog 30 bij. Hoeveel centen was hij rijk? Had hij toen
wel veertig? Wel vijftig? AVel twintig?
6. In eene klasse zitten 36 leerlingen. Er komen nog
3 jongens bij. Hoeveel kinderen zijn er nu in die klasse.
7. Een timmerman, die 41 planken had, kocht er nog
vijf bij. Hoeveel had hij toen?
8. Kunt gij ook zeggen, hoeveel boomen in onzen tuin
staan, als ik u zeg, dat de tuinman bij de 33 oude nog 4
jonge geplant heeft?
Natuurlijk moeten de leerlingen hiervoor liet ])lanten
kennen.
9. Aan onze sclioeiing zaten 41 palen. De timmerman
heeft er nog 7 bijgeslagen. Hoeveel palen tel ik nu aan
die schoeiing?
10. In ons dorp staan ann de eene zij 22 en aan de
andere 7 woningen. Hoeveel woningen telt ons dorp?
11. Met mijne linkerhand sla ik 6 en met mijne rech-
terhand 41 keer op de bank. Hoeveel keer heb ik geslagen?
12. Jans zusje is 24 dagen ziek geweest. Nu moet ze
nog 3 dagen uit school blijven. Hoeveel dagen heeft ze
verzuimd?
Hoeveel is 23 + 6; 41 + 3; 27 + 2; 30 7 enz.?