Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
IV.
De verdeeling der leerstof.
I. Tweede leerjaar.
De behandeling van de getallen tot 20 is dezelfde voor
het hoofdrekenen, als voor het cijferen. In elk werkje
hiervoor vindt men dus voldoende stof, zoodat we ons al-
lereerst bepalen bij het leeren rekenen uit het hoofd met
de getallen boven twintig. We kunnen nu gaan tot hon-
derd en tot vijftig. Ook wensclien sommigen eerst niet
verder dan dertig te gaan, maar dit is te angstvallig. Zijn
de hoeveelheden tot 20 goed behandeld, dan levert het geen
bezwaar op tot vijftig of honderd door te gaan. De bewer-
kingen toch met de hoeveelheden van 20 tot 30 is dezelfde
als die met de hoeveelheden van 30 tot 50 of 30 tot 100.
Om alle eentonigheid te vermijden, neme men dus de grens
wat ruimer, vooral ook omdat het ter voorkoming van
sleur zijn nut heeft het aantal tientallen wat te laten vari-
ceren. Voor 't gemakkelijk overzicht, wensclien wij evenwel
eerst niet verder dan tot vijftig te gaan, zooals men veelal
ook bij vijf halt houdt.
Allereerst worden nu verschillende hoeveelheden aan-
schouwd, n.1. twee, drie, vier en vijf tientallen en daarna
tientallen en eenheden tot vijftig. Dit geschiedt op dezelfde
wijze, als reeds beneden twintig gedaan is.
We leggen dus (Zie Douma's Rekencursus. Uitgave Muusses