Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
If)
deel van 't eerste product vijf maal te nemen), maar daarna
bepaalden we ons tot 123, als "t achtste deel van 1000.
Door aansclwmoing en door redeueermg is de regel gevon-
den, dat zoo'n vermenigvuldiging berekend door voor 125
duizend te zetten en dan het achtste deel der uitkomst te
berekenen, zoowel bij 125 X 256 cents, als bij 256 X 125
cents. Bij den aanvang der nu volgende les, wordt eerst
het doel aangegeven, nl. we zullen dit uur eens voortzetten,
wat we den vorigen keer van vermenigvuldigingen, waarbij
een der termen 125 was, geleerd hebben. De onderwijzer
vrage nog eens den regel. Daarna zegt hij, dat we nu om
dit geval heen zullen werken. Hierdoor is de belangstelling
gewekt, een krachtige voorwaarde voor inspanning.
Nu geve de onderwijzer ter herlialing een paar voorstel-
letjes, waarbij uitgerekend moet worden bv. 125 X 176
c.M. en 216 X 125 gulden.
Uitgaande van 125 X 176 c.M., laat hij nu 126 X
176 c.M. berekenen, waarbij de leerling denkt aan 125
strookjes lint van 176 c.M. en nog één zoo'n strookje.
Hij vindt dan 't 8« deel van 176 D.M. of 22 D.M. en
125 c.M. of 221,25 M.
Zoo laat de onderwijzer eveneens 127 X • - i 128 X ■ • i
enz. X een aclitvoud berekenen. Ook 124 X • • > 123 X • • i
enz. X een achtvoud. Eene uitbreiding en herhaling vindt
hij dan in 125% X 125^/^ X--, 1263/8 .., 1251/3
X 1235/1. X •., enz. X een 8-voud. Vermenigvuldi-
gers als 135 (125 -+- 10), 225 125 + 100) 1125 (1000
+ 124) enz. zijn natuurlijk even geschikt.
Nu nemen we het tweede voorbeeld (216 X / 125)
tot uitgangspunt en gaan op de volgende wijze verder:
Op elk stapeltje van 125 steenen legt een metselaar nog