Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Het is er flus mee, als met het gevaarlijke nazien van
't schriftelijk werk door verwisseling der leien of schrijfboe-
ken. In matige hoeveelheid en onder de vereischte om-
standigheden werkt vergift heilzaam.
Evenmin als altijd in onmethodische afwisseling, mag,
zooals we gezien hebben, de gang zijn als bij het cijferen.
Hoe dan? We hebben gezien, dat de verdeeling der leerstof
moet geschieden naar de rnoeielijkheid dier stof en de krach-
ten der leerlingen. Zullen we in de laatste hoofdstukken
in 't breede iiangev(^n, wiit in de verschillende klassen ge-
geven moet worden en hoe we de stof willen onderwijzen,
hier zullen we met een voorbeeld duidelijk maken, hoe ten
opzichte viin een afgerond deel der leerstof gehandeld wordt.
Stellen we ons eene hoogste klasse voor, welke met
vrucht vijf jaren onderwijs genoten heeft. We merken dit
even op, omdat ons voorbeeld vrij wat vaardigheid in 't
hoofdrekenen vereischt. Te moeilijk zijn de opgaven echter
volstrekt niet, integendeel kinderen, die voldoende geoefend
zijn, hebben graag degelijke kost en spannen zich daarbij
Hink in. Misschien vindt iemand, dat deze opgaven in 't
dagelijksch leven zelden of nooit uit het hoofd uitgerekend
worden. Doch daartegenover wensch ik op te merken, dat
de formeele waarde hierbij ook n^ 1 is en we dus in de
tweede plaats eerst aan de praktijk denken. Ten tweede
zal ook wel moeilijk aan te geven zijn, waar de praktijk
de grens aangeeft tusschen hoofdrekenen en cijferen.
De vorige rekenles liep over de vermenigvuldiging, waarbij
een der termen 125 was. Met goedkeurig is gesproken
over de vermenigvuldiging met 125 door eerst met 100 en
daarna nog met 25 te vermenigvuldigen (of door "t 4°
(