Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
door zelf te zoeken moet liet kind uit het hoofd leeren
rekenen onder leiding van den onderwijzer. Deze zij daar-
om een vlug hoofdrekenaar, want al ligt er een kern van
waarheid in het bekende gezegde van Jacotot: „de beste
onderwijzer is hij, die niets weet", het gaat natuurlijk niet
aan, dat de eene blinde den anderen leidt. De onderwijzer
hebbe een duidelijk inzicht in de stof en geve zich van den
leergang telkens rekenschap, üoed onderscheiden is eene
eerste vereischte voor goed onderwijzen,
zij de gang geleidelijk,
4° worde veel herhaald in gemengde vraagstukjes en
5° moeten de voorstelletjes pradisch zijn.
Hiermede is dus het te hooi en te gras rekenen uit bet
hoofd veroordeeld. Wij meenen dit te moeten opmerken,
omdat het nog menigmaal schijnt te bestaan in het uitwer-
ken van voorstelletjes, die zoo maar eens in wilde verwar-
ring in des onderwijzers gedachten schieten; nu eens eene
verdeeling van appelen, daarop eene interestbereking met eene
mengingrekening toe. Of de bewerkingen in eenig verband
tot elkaar staan of variaties zijn op 't zelfde thema, daaraan
wordt niet gedacht.
Deze wijze van bandelen is alleen dan goed, als er her-
haald moet worden, maar mag den naam methodisch reken-
onderwijs niet dragen. Niet alleen, dat zoo geene regels
gevonden kunnen worden , maar men kan ook nooit beter
middel vinden , om den kinderen van den liak op den tak
te leeren springen zonder de gedachten rustig bij één on-
derwerp te bepalen.
Wat volgens de bovenstaande eischen mede afkeuring
verdient, is het vuordoeu van den onderwijzer. Bij het re-
kenonderwijs is de gang zoo geleidelijk, als dat in bijna