Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
geleidelijk mogelijk zijti; zonder sprongen kan voorwaarts
gegaan worden; het geeft door het veelzijdig ontbiïiden en
samenstellen kracht aan den geest. Hierdoor en ook door-
dat de aanschouwelijkheid niets te wensclien behoeft over
te laten, kan de lieurischtische leervorm consequent toe-
gepast worden. Een gevolg van deze groote mate van
zelfwerkzaamheid is weer de lust, waarmee men de bereke-
m'ngen uit het hoofd uitvoert. Met hoeveel verlangen
kunnen de kinderen naar deze lessen uitzien! En dat is
van onschatbare waarde! Konden we dat van al onze vak-
ken getuigen!
Om de groote waarde verder aan te duiden, merken we
op, hoe logisch het kind hier leert denken en spreken, veel
beter, dan bij eene taalles b.v. Hoe ingespannen zijn ze
bezig, hoe rustig zijn de gedachten op één punt bepaald,
hoe groot, maar ook hoe eerlijk en onschuldig kan de
wedijver zijn.
Vergeten we hierbij niet op liet volgende acht te slaan:
bij eene goed gegeven les in 't hoofdrekenen is de orde
gemakkelijk te handhaven; kan inen gebreken als slordig-
heid, luiheid en gebrek aan volharding gemakkelijk opmer-
ken en — bij het kiezen van de rechte middelen — ver-
beteren.
Een voorbeeld ter verduidelijking stel ik U voor in het
knaapje: „Ik kan niet!" Bij ondervinding weten we, dat
hij het be])roeft, de bewerkingen ten einde toe uit te voe-
ren; maar al spoedig houdt hij op en gevoelt hij zich, zoo
al niet ongelukkig, daji toch zwak. En wel altijd met reden ?
Gaan we niet altijd het antwoord van de vluggen vragen,
hem botweg toevoegende, dat er van zoo'n sukkel toch niets
terecht kan komen, maar integendeel hem helpen, dan