Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
afsclieiding niet sclier)) genoeg is tusscben het lioofdrekenen
en het cijferen. Zoo zijn er rekenboeken, waarin van beide
wat gegeven wordt en wel liet cijferen vrij volledig en
geleidelijk, maar tusscben de oefeningen daarvoor zijn die
voor het boofdrekenen in bonte afwisseling ingehischt. Om-
dat die twee, zooals nader blijken zal, zeer verschillend zijn,
is 't licht na te gaan, dat de metbode ook verschillend
moet zijn. Het best doen we daarom voor het cijferen een
werkje uitsluitend daarvoor te gebruiken, waarin slechts
andere bewerkingen voorkomen voor het goede begrijpen
der becijferingen. Voor het boofdrekenen kan de onderwijzer
zelf zeer gemakkelijk vraagstukjes geven ter toepassing van
de uit aanschouwing geleerde regels. Hij moet echter eerst
al de bewerkingen zooveel mogelijk verzamelen en rang-
schikken, opdat bij niet zonder bouwplan zijn gebouw op-
trekke. Licht zou hij zonder zoo'n plan halverwege blijven
steken of, wat ook wei voorkomt, het boofdrekenen te hooi
en te gras laten beoefenen. Om hem in dit opzicht zijne
taak wat lichter te maken, wordt in deze handleiding de
stof zoo beknopt mogelijk uiteeiigezet en gerangschikt. De
te gebruiken aanschouwingsmiddelen zijn natuurlijk dezelfde,
die ook voor het leeren der becijferingen worden gebruikt.
In „De Eekencursus" van 11. Douma (Uitgave Muusses te
Purmerend) en de „Handleiding bij het Metriekstelsel" door
Critas (Uitgave D. Alijs te Tiel) worden de aanschouwings-
middelen bij ons rekenonderwijs uitvoerig behandeld. J5ij
vlijtig gebruik dier middelen valt het niet moeilijk de
leerlingen tot een groote vaardigheid in het boofdrekenen
te brengen. Ik zal dan ook af en toe zoo vrij zijn naar
bovenstaande werkjes te verwijzen. Hier moet mij nog de
opmerking uit de pen, dat het eerstgenoemde werkje ook