Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
Laten, ook al, omdat A dit en B dat er onder verstaat.
We komen liier zoo straks op terug.
Vragen we ons nu af, lioe er buiten de school gerekend
wordt, dan luidt ons antwoord: door te cijferen en uit het
hoofd te rekenen, anders niet.
Maar bestaat er dan heelemaal geen aanschouwelijk reke-
nen? O, zeker! Maar dit is niet eene afzonderlijke rubriek.
Alles moet aanscliouwelijk geleerd worden, ook het cijferen;
ook het hoofdrekenen. Verder kan ik me voorstellen, dat
er op verschillende manieren gecijferd wordt, namelijk schrif-
telijk, mondeling, ja, zelfs in alle stilte, in gedachten. Zoo
kan ik natuurlijk ook hoofdrekenen, maar dat is eene ver-
deeling daarnaast. liet blijft een van tweeën, cijferen of
hoofdrekenen. Ik kan me voorstellen, dat iemand schriftelijk,
mondeling en in gedachten cijfert, b.v. 7 X 164. Bij het
eerste schrijft, bij 't tweede zegt en bij 't derde denkt hij
alleen maar de bewerkingen, die overigens volkomen dezelfde
zijn, n.1. 7 X 4! = 28; 8 ik houd er 2, enz. Moet ik
7 X 164 ets. uit het hoofd uitrekenen, dan kan ik schrijven,
zeggen of alleen denken 7 X 150 c. = ƒ 10,50 en
7 X 11 c. = 98 c. Dus 7 X 164 c. = / 11,50 — 2
c. f 11,48. Hoofdrekenen is klaarblijkelijk anders dan
de eerste manier. Het is het ontbinden en samenstellen
van hoeveellieden, die men zich voorstelt, of, zoo dit niet
mogelijk is, die men door belmlp van cijfers splitst en
samenvoegt, zonder nu juist een vastgestelden weg te volgen.
Hierbij kan nog opgemerkt worden, dat het cijferen
geleerd moet worden na het hoofdrekenen , omdat het zich
met ééne manier bezig houdt van de vele, die men bij het
hoofdrekenen te baat neemt.
Nu komt het mij voor, dat in sommige werkjes de