Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Auteur: Bok, J.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1893
Zaandijk: J. Heijnis Tsz
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1825
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205649
Onderwerp: Wiskunde: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de wiskunde
Trefwoord: Hoofdrekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in het hoofdrekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
getal, dat hij b.v. uit het hoofd aftrekt van het eerste, en
na nog eens wat voortgegaan te zijn, zegt hij, wat de ver-
moedelijke onkosten van de reparatie zijn.
M.i. heeft hij geheel uit het hoofd gerekend, want onder
aanscliouwelijk, schriftelijk of becijferend rekeneu kan het
onmogelijk geplaatst worden.
Maar we gaan verder, treden een' dorpswinkel binnen en
zien den winkelier juist bezig, vijf getallen, op de toonbank
geschreven, samen te tellen. Hij heeft ze toevallig onder
elkander, maar telt ze niet op met de gebruikelijke streep
er onder en de woorden: „nul, ik lioud er één", enz Hij
denkt: „doe ik vier van dit getal bij 't eerste, dan wordt
dat rond". Zoo meer ronde getallen makende, ziet hij gauw
de som. Voor 't gemak heeft hij de ronde getallen maar
naast de andere gezet, maar toch deed hij niets, dan hoofd-
rekenen. Onder cijferen toch verstaan we het zoeken naar
de uitkomsten op eenmaal aangenomen manier van rekenen,
als vermenigvuldigen met inspringen, 't deelen in den staart-
vorm, 't optellen met het zoogenaamde „houden" en 't af-
trekken met het „leenen". Het zijn die bewerkingen dus,
waarbij men de uitkomsten onder of achter eene streep zet
en er niet aan denkt, om eene andere manier te nemen.
Men zou liet sleurwerk kuimen noemen, omdat aan het
waarom door duizenden, die de becijferingen uitvoeren,
niet gedacht wordt. Hiermee wordt natuurlijk niets afge-
dongen op de waarde van het cijferen, maar we zien er
duidelijk uit, dat onze winkelier niet cijferde; evenminkan
zijn rekenen aanschouwelijk heeten. Men zou alleen nog
kunnen beweren, dat de man schriftelijk rekende, maar dan
deed onze timmerman dat ook. lUiitendien wenschte ik
dat woord schriftelijk rekenen nog liever achterwege te