Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
OEFENINGEN.
1. Ai, iii! mijn lieele (handje, kantje) (brant, brand, brandt),
Of {heeft, heb) m' een beest {geheten, gebeeten)!
hei.ie.
2. Weet gij, hoeveel heldre {sterren, steven)
Aan den {blauwen, blaauwen) {hemel, heemel) staan?
goeverneur.
3. Wij mogen onze {leije^i, leien) niet zoo {hard, hart)
{behandele, behandelen), dat ze {breeken, breken).
4. Daar {liej), liept) eens een ventje al over de straat.
En hij {droeg, droegt) op zijn borst een rui(A)ker,
Hij (hat, had, hadt) er een hoedje van chocolaad.
En zijn haar was gespo(o)ten suiker.
Zijn wangen die {waren, luaaren) van a(jj)pelmoes,
Zijn li(p)pen more(i)len, zijn neus een {zoes, soes).
5. Men {vindt, vind, vint) het ijzer in de bergen.
G. De haan {kraaid, kraaidt, kraait) vroeg.
7. De hon(d, t) (bewaakd, bewaakt) ons huis, en de kat
{cangd, vankd, vangt, vankt) muizen en {raten, ratten).
8. De voerman {drenkt, drinkt) de paarden.
9. Het kalf (zuigt, zoogt) bij de koe en de koe {zuigt, zoogt)
het kalf De kuikentjes {zuigen, zoogen) niet.
10. Het boek van (.Tan, jan) {legt, ligt) al een heele poos
hier. {Zoude, zouden) die jongen zijne les niet meer behoeve(n)
te leere(n)'?